Den Haag
Hoofdstad van Zuid Holland
Regeringsstad en Residentie

van Nederland

E-mail

Mauritishuis

English Deutsch

Alfabetische Index Nieuw op deze site Rondleidingen Rondvaarten Uitgaan in Den Haag Links
 

De volgende tekst heb ik op 9 april 2006 ontvangen via de mail //
van een Hagenaar :

LS,

"De schitterende site heeft bij mij veel losgemaakt, vandaar de onderstaande tekst"


De mens is de maat van alle dingen…………………..

woorden die toegeschreven worden aan Protagoras van Abdera (ca 490 - ca 420 voor Chr.). Onwillekeurig kwamen mijn gedachten uit bij die diepzinnige gedachten bij het zien van de site over Den Haag, de prachtige foto’s, de veelzeggende teksten.

Veel dierbare jeugdherinneringen kwamen boven drijven. Een mengeling van verdriet en nostalgie, voorbij, het is voorbij, er is te veel afgebroken en vernield.

Zo waren de eerste opkomende gedachten. En toch bij een nadere beschouwing bleek er meer ruimte voor vreugde en optimisme dan een eerste (hernieuwde) kennismaking deed vermoeden.

Uit de teksten en de foto’s valt op te maken dat het gevoel voor mooie dingen uit het verleden niet helemaal is weggevaagd en weer begint te herleven, niet bij enkelen doch bij velen.

De uitgesproken wens om bijvoorbeeld de vroegere binnenhaven te Scheveningen weer in oude luister te herstellen door de demping ongedaan te maken is een mooi voorbeeld van diepliggende wensen die, als de tijd daar is, toch weer vanzelf boven komen drijven.

Deze wensen zijn een ode aan Mesdag…. een belangrijk deel van zijn Panorama wordt dan weer werkelijkheid.

De mens is de maat van alle dingen, bij het woord mens kan misschien ook wel een ruimer begrip worden gehanteerd dan vaak wordt gedacht en zoals wellicht ook door Hesiodus is bedoeld.

Er kan ook worden gedacht aan de bevolking, de bewoners, de gebruikers, de bezoekers, de waarnemers.

In de aanhef van dit stukje proza is het uitgangpunt een vertaling van het woord mens door bevolking, bewoners en wel in de ruimste zin des woords. Bewoners van een deel van deze planeet, zelfs van ver buiten de jurisdictie van bijvoorbeeld bestuurlijk Den Haag. 

Het lijkt er in het huidige tijdsgewricht een beetje op alsof er door velen weer wordt gedacht, “hebben we dit wel zo gewild? Is de verandering zoals na de tweede wereldoorlog is aangebracht wel echt een verbetering, voegt het iets toe aan het levensgeluk van de bewoners van deze stad of dit dorp? Moeten we toch niet een beetje op onze schreden terugkeren?” 

Dit brengt mij onbewust bij Jean-Jaques Rousseau. In zijn beroemde boek “Het maatschappelijk verdrag” spreekt hij van de algemene wil, de volkswil.[i] Bij bestudering en uitleg van de teksten van Rousseau wordt vaak uitgegaan van de theorie dat zijn visie bruikbaar en bedoeld is als een politiek stuurmiddel. De gedachte valt te verdedigen dat het hier ook is bedoeld als het bij elkaar brengen van denkwijzen over de invulling van ons bestaan zonder dat er politieke of bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend. De wil kan als het ware ook vanzelf opborrelen.

Of zo in de trant van, eigenlijk wil het volk dit niet zo, het moet en kan anders.

Een volkswil die, niet direct uitgesproken zoals bij verkiezingen af andere gelegenheden waarbij keuzen moeten worden gemaakt, doch een gedachte die sluimerend onder de oppervlakte latent aanwezig blijft en op een zeker moment toch boven komt drijven.

Als nu de formele bestuurders een klein beetje ruimte laten voor een ontwikkeling die nu zichtbaar wordt kan er iets moois ontstaan. Voor het begrip stimuleren lijkt geen plaats, de gevolgen hiervan worden - de geschiedenis heeft het bewezen - onmiddellijk vertaald in voorwaarden e.d. met alle negatieve gevolgen van dien.

Even terug naar Mesdag en zijn Panorama.

Zijn kijk op onder andere de binnenhaven van Scheveningen kan voor velen een grote betekenis hebben. Zo ook voor de schrijver van dit stukje die voor de tweede wereldoorlog is geboren aan boord van een salonboot die gelegen was, samen met vele andere jachtjes, aan de Haringkade of Badhuiskade te Scheveningen.

Kort daarop volgde de bezetting en werd dit gedeelte van Scheveningen tot sperrgebiet verklaard en moest het schip verdwijnen uit de haven.

Het schip is in maart 1945 nog gevorderd om als transportmiddel te dienen, het is er gelukkig niet van gekomen.

Na de tweede wereldoorlog is er nog maar een paar jaar gelegenheid geweest om met een jachtje naar Scheveningen te varen en daar in de binnenhaven af te meren.

Een van de eerder genoemde sluimerende gedachten en wensen is dat er in de nabije toekomst nog een mogelijkheid zou kunnen worden geschapen om met de salonboot, die nog in originele staat is, terug te kunnen keren naar Scheveningen.

Het schip is er nog, de haven kan weer in zijn oude luister worden hersteld.

Wie weet?

[i] Maatschappelijk verdrag, of beginselen der staatsinrichting, Jean-Jaques Rousseau, tweede druk Boom Amsterdam Meppel, pag. 135

eXTReMe Tracker