Dit Monument herinnert aan het feit dat de
Burgers van Den Haag tussen 1612 en 1619 een Singel om het dorp hebben gegraven. Al vóór
de 80- jarige oorlog (men spreekt tegenwoordig ook wel over 'de Opstand') was
gebleken hoe kwetsbaar het dorp Den Haag was, omdat het geen muren had.
Toen Maurits aan de macht gekomen was stelde
hij voor om Den Haag stadsmuren te geven. In de 16e eeuw had men al muren willen bouwen,
maar het stadsbestuur had het hiervoor ingezamelde geld gebruikt voor de bouw van het Stadhuis aan de Groenmarkt. Den Haag was dus niet te
verdedigen en toen de Opstand begon kwamen Spanjaarden en Geuzen regelmatig 'buurten',
waarbij het er niet zachtzinnig aan toe ging.
Omstreeks 1570 was een gedeelte van het Haagse
Bos gekapt omdat men een wal van hout wilde opwerpen. De man die beloofd had voor de
werkzaamheden zorg te dragen was betaald, maar verdween vervolgens met de centen. De
Spanjaarden roofden vervolgens het hout (en gebruikten het bij het beleg van Leiden).
Nadat de Spanjaarden verjaagd waren uit
Holland en de strijd zich naar Brabant en Limburg had verplaatst kwam Prins Maurits en
zijn familie in Den Haag wonen. Maurits wilde dat Den Haag een stevige muur zou krijgen.
Er werden (bijzondere) tekeningen gemaakt die nog steeds bestaan. In het Nieuwe Stadhuis
aan het Spui zijn deze plannen nog te bezichtigen (op een tafel bij de garderobe Gemeente
Archief).
Aanvankelijk hadden de steden van Holland geen
bezwaar tegen de plannen, maar het bestuur van Den Haag kreeg het benodigde geld niet snel
genoeg bij elkaar. Toen de burgervader ook nog eisen begon te stellen vonden Delft en
Leiden (die een belangrijke stem hadden in de Republiek) het mooi geweest.
Den Haag mocht geen zitting nemen in de Staten van Holland en ook geen muur bouwen.
Zelfs de invloedrijke Maurits kon daar geen
verandering in brengen. Hij wist de steden wel te overtuigen van de noodzaak van een ring
van water. Den Haag kreeg een brede verdedigingssingel.
De bruggen over dit water konden 's avonds
worden opgehaald. Na 1619 (toen de ring van water gereed was) konden landlopers en
zwervers de stad na zonsopkomst niet meer binnenkomen.
Op de bruggen kwamen mooie poorten te staan.
Ook wierp men lage zandwallen op en bouwde men (bijvoorbeeld bij het Westeinde) lage muurtjes en huizen die gedeeltelijk in het water
stonden. Aan de kant van de Noord Singel(s)gracht is men eind 17e eeuw nog begonnen met
het bouwen van verdedigingswerken. Deze moesten op last van Delft weer worden afgebroken.
De enige echte stadspoort van Den Haag was de Huygenspoort bij de
Zeestraat.
Deze Haagse poort was natuurlijk niet te
vergelijken met de prachtige poorten van Delft, Leiden, Rotterdam
en Amsterdam, maar hij is wel bijzonder. Hij bestaat nog steeds, maar is verplaatst naar
de Kerkhoflaan.
De poort-opbouwen op de Haagse bruggen zijn
helaas (lang geleden) samen met de bruggen gesloopt. Wat mij betreft mag er één terug
worden geplaatst
Omdat Den Haag geen stadsmuren had staan de
huizen vrij dicht bij de Singelgracht.
Aan de kant van het Zuideinde
bouwde men al in de 17e eeuw aan de overkant van het water ("Over de
Bierkaay" / Groene wegje). Ook bij de Zeestraat (Noordeinde) werden eind 17e eeuw al
enkele huizen buiten de Singelgracht gebouwd. Bij de Nieuwe Uitleg gebeurde dat aan het
begin van de 18e eeuw, maar aan de kant van het Westeinde vond
stadsuitbreiding pas plaats na 1840.
Na 1860 ging het snel met de groei van de
stad. Alle andere grachten van Den Haag (sommige meer dan 500 jaar oud) werden rond die
tijd gedempt ,maar de Singelgracht bleef bestaan en is ook aan het begin van de 21e eeuw
nog heel. Wel zijn enkele overkluizingen (straten) aangebracht over het water, zodat
rondvaarten niet mogelijk leken te zijn. In 2003 ben ik met twee bewoners van het
Groenewegje toch begonnen met de Ooievaart. Een bedrijf dat anno 2005 meer dan 40
vrijwilligers en drie boten kan inzetten. Sinds 2004 is het mogelijk om weer helemaal rond
te varen, omdat de gemeente één te lage overkluizing heeft verwijderd.
De Haagse Politiek begint in te zien dat
Grachten een belangrijke (economische en historische) waarde hebben voor de stad.
Een overkluizing bij de Veenkade zou omstreeks
2002 verdwijnen, maar er bevinden zich daar parkeerplaatsen en men weet niet hoe men die
moet vervangen. In oktober 2005 liet Wethouder Smits weten nog steeds voor verwijdering
van die overkluizing te zijn.
Het CDA en andere partijen hadden graag gezien
dat ook de Stille en Amsterdamse Veerkade in ere werden hersteld. Dit geldt ook voor veel
bewoners (en ondergetekende), maar het is onduidelijk of dit nu eindelijk ook echt gaat
gebeuren.