Vanaf zijn veertiende heeft prins Frederik
Hendrik twee jaar met zijn moeder, Louise de Colgny, weduwe van Stadhouder Prins Willem
van Oranje, in Parijs gewoond en hij zou er later regelmatig voor korte
tijd naar terugkeren.
Tijdens zijn bezoeken in 1611 en 1619 aan
de Franse Metropool zag Frederik Hendrik de grote stedebouwkundige vernieuwingen die de
Franse Koning
Hendrik IV in Parijs liet doorvoeren. Het ging om grote samenhangende complexen, die in
Holland nog onbekend waren. Aangezien Frederik Hendrik geschoold was in mathematische
wetenschappen (bouwkunst was daar een onderdeel van) bekeek hij de projecten met kennis
van zaken. Hij was er diep van onder de indruk.
Toen hij later terug keerde naar de
Republiek wilde Frederik Hendrik een Plein in Den Haag aanleggen dat moest lijken op het
Franse Place Royal (1605).
Frederik Hendrik was tijdens zijn verblijf
in de Franse hoofdstad regelmatig op dat plein te vinden: Place Royal was een regelmatig
geordend, vierkant stadsplein, omgeven door voorname stadswoningen.
Frederik Hendrik gaf de stad Den Haag zijn
eigen Plein en liet tegelijkertijd de Korte
Vijverberg aanleggen. Het Plein was een duur cadeau.
Iets wat andere steden zich niet konden veroorloven. Die hadden soms wel een
marktplein (op een oude dam, of brug, of bij een gracht), maar zomaar een plein omdat het
mooi was, dat was uniek in Nederland.
Rond het Plein in
Den Haag verrezen grote herenhuizen. De meeste daarvan in Classicistische
stijl.