Tijdens 'de Opstand' (80-jarige Oorlog) werden
er nieuwe wapens ingezet en die (kanonnen) maakten 'gatenkaas' van de ouderwetse hoge stadsmuren van steen die nog rond veel Noord en Zuid Nederlandse
steden stonden.
Dat hoge, dikke muren achterhaald waren was
voor het eerst gebleken tijdens de vervovering van het laatste Romeinse bolwerk in Europa
(Byzanthium) omstreeks 1400. Italiaanse steden waren in de daarop volgende decennia
overgegaan tot het bouwen van een nieuw soort verdedigingswerken.
In plaats van de oude vertrouwde muren, werden
er na die tijd steeds vaker brede lage wallen van aarde aangelegd. Prins Maurits had
Krijgskunde gestudeerd en kende de Italiaanse Verdedigingswerken. Samen met andere
ingenieurs maakte hij plannen voor verbeterde versies. Hij kon immers leren van de fouten
die de Italianen hadden gemaakt. De plannen van Maurits werden bij diverse Nederlandse
steden uitgevoerd.
Voorbeelden van deze verdediginswallen vindt
men nu nog in Gorkum (Gorinchem). Daar is de 17e eeuwse stadswal
nog geheel in tact. Ook in Weesp, Naarden en Leiden zijn nog enkele brede wallen terug te
vinden. Deze zijn enkele jaren geleden gerestaureerd.
Voor de stadswallen lagen vaak uitgestrekte grachtenstelsels. In heel veel steden zijn de vestingwallen
verdwenen, maar de de "Singels" zijn vaak nog wel -gedeeltelijk- aanwezig.
Op de foto's hieronder is de situatie in
Maastricht en Den Bosch zichtbaar. Ook daar zijn enkele oude vestingwerken nog in tact. In
Den Bosch worden ze momenteel schitterend gerestaureerd.