Het Mauritshuis is genoemd naar Johan Maurits van Nassau
Siegen, die het in 1637/'38 liet bouwen.
Johan Maurits van Nassau-Siegen (Geb. 1604 Dillenburg -
Gest. 1679 Kleef) was een zoon van Jan VII 'de Middelste' van Nassau-Siegen (1561-1623) en
Margaretha van Sleeswijk-Holstein.
Hij was een neef van Prins Frederik Hendrik en Prins Maurits. De grootvader van Johan
Maurits I (Jan VI) was een broer van Willem van Oranje.
Johan Maurits was Landheer van het Graafschap Nassau Siegen (in 1652 werd dat een
Vorstendom). Hij werd in 1637 door de West Indische Compagnie naar Brazilië gezonden,
alwaar de Republiek enkele 'steunpunten' bezat (Hollands-Brazilië, met de Hoofdstad
'Refice').
Johan Maurits werd Gouveneur-Generaal van de Nederlandse gebieden aldaar. Noch Johan
Maurits' kwistige begunstiging van kunsten en wetenschappen, noch zijn koortsachtige
bouwactiviteiten, erg op prijs gesteld werden door de bestuurders van de op suiker en
dividenden beluste commerciële onderneming.
Zonder twijfel vonden de Heeren-Negentien hun
gouverneur-generaal een kostbare luxe, maar zijn populariteit en standing bij alle
volksgroepen en lagen van de koloniale bevolking waren zo groot, en hij boezemde zijn
tegenstanders zoveel ontzag in, dat het een aantal jaren duurde voor ze hem durfden te
vervangen. Johan Maurits van zijn kant ergerde zich doorlopend aan de onwil of onmacht van
de bewindhebbers om voldoende voorraden, geld en manschappen te zenden, hetgeen hem er
meer dan eens toe bracht zijn ontslag aan te bieden.

Tegelijkertijd zorgde hij er voor vertegenwoordigers van de
verschillende gemeenschappen in Recife verzoekschriften te laten indienen om hem in zijn
ambt te handhaven, zodat het zeer onwaarschijnlijk is dat hij Brazilië werkelijk wilde
verlaten, waar zijn positie immers in vele opzichten overeenkwam met die van een regende
prins ( Bron: C. R. Box Dater - De Nederlanders in Brazilië 1624-1654, blz 186 )
Al in 1637/'38 had hij in Den Haag zijn Paleis laten
bouwen. Het streng-Classicistische Mauritshuis werd ontworpen en
gebouwd door Jacob van Campen en Pieter Post, de twee belangrijkste Hollandse architecten van hun tijd.
De Republiek heeft niet veel gewonnen met het
terugroepen van Johan Maurits. De Brazilianen waren zo verbolgen dat ze steun zochten bij
Portugal. Sinds de ontdekking door de Portugees Marcos Cabral (1500 ) was
Brazilië krachtens het verdrag van Tortisillas (1494) een Portugese kolonie. Er zijn nog
twee invasies geweest van Brazilië. De invasie van 1624 liep binnen een jaar op een
fiasco uit, de invasie van Pernambuco (1630) was echter wel succesvol. De WIC heeft dit
gebied tot de Capitulatie van Taborda (1654) in bezit gehad. De Republiek kreeg toen een
vergoeding van 4 milioen Cruzedos en liet voor dat geld haar aanspraken op het
Braziliaanse gebied vallen.
Als de geschiedenis iets anders was verlopen zouden de
Brazilianen wellicht Nederlands hebben gesproken.
Johan Maurits werd Stadhouder van Brandenburg en verbleef
het grootste deel van het jaar in de stad Kleef. Zijn Haagse paleis gebruikte hij niet
veel.
In 2004, 400 jaar na zijn geboorte zullen belangrijke vertegenwoordigers uit Brazilië,
Nederland en Duitsland bij elkaar komen om hem te herdenken.
Zeker is dat hij het beeld dat de West Europeanen van Zuid-Amerika hadden heeft beïnvloed
doordat hij veel kunstwerken uit de nieuwe wereld mee nam (vaak ook schilderijen gemaakt /
en boeken geschreven door Hollanders in die overzeese gebieden).
Na 1685 was het Mauritshuis lange tijd een 'Hotel van
staat'.
Belangrijke buitenlandse gasten die op Staatsbezoek kwamen
in de Nederlanden werden er 3 dagen lang vermaakt alvorens ze hun opwachting maakten bij
de Staten-Generaal. Ze werden dan opgehaald door twee leden van de Staten Generaal en
maakten met koetsen een korte ere ronde door de stad via Plein,
Lange Poten, Hofstraat en arriveerde dan voor de Spuipoort. De
valbrug ging omlaag en de stoet passeerde de eerste gracht (Hofsingel). Voorbij de
Spuipoort lag nog een gracht en ook daar werd de ophaalbrug neergelaten. De stoet
passeerde de tweede poort en kwam dan op het Binnenhof. Daar
werd de gast met veel pracht en praal onthaald door de Regeringsleiders van de Republiek.
Stadhouders van Oranje, of (gedurende de stadhouderloze tijdperken), Raadspensionarissen.
De Britse ambassadeur William Temple werd in 1668 met 80
koetsen en 406 mensen opgehaald uit het Mauritshuis. Het was één van de meest
indrukwekkende optochten die Den Haag gezien heeft.

Tegenwoordig is het Mauritshuis een museum.
Het ligt naast het Binnenhof en is gedeeltelijk in de Hofvijver gebouwd. Al in 1900 waren er gidsen die Engels, Frans en Duits
spraken. Dat was voor de bezoekers van Den Haag een prettige verrassing.
Het gebouw ligt er nog bijna precies zo bij als zo'n kleine
400 jaar geleden. Toch is het in 1704 door brand zwaar beschadigd. Pas in 1720 was de
herbouw voltooid. Omstreeks die tijd ging een gebouw aan het Plein, naast het
Mauritshuis in vlammen op. Het was een Classicistisch huis van de heer van Nieuwkoop
(bekend van het Hofje aan de Prinsegracht).
Tussen het Binnenhofcomplex en het Mauritshuis ligt het laatste stukje slotgracht
dat nu nog over is van een prachtig dubbel grachtenstelsel dat om het Binnenhof heen lag.
Deze grachten begonnen en eindigden in de Hofvijver. Hoewel ze voor een groot gedeelte
hersteld zouden kunnen worden, zijn daar nog geen concrete plannen voor. Op de tekening
hieronder is de oorspronkelijke slotgracht duidelijk te zien.
Het
Mauritshuis is gebouwd in Classicistische stijl.
Het is niet het enige huis in deze prachtige bouwstijl dat men in deze hoek van Den Haag
vindt. Aan de Korte Vijverberg staan de indrukwekkende St.
Sebastiaansdoelen en op het Buitenhof vindt men Noyelleshuis
(of "Vijverhof").
Ooit stond op het Plein het allermooiste voorbeeld van deze bouwstijl, het woonhuis van
Constantijn Huygens. Dit is helaas gesloopt in 1875. De standbeelden die op het dak
stonden van dat indrukwekkende pand zijn nu te zien in de tuinen van het Gemeentemuseum
van Amsterdam.

Op de locatie van dat prachtige en historisch
gezien toch zeer belangrijke pand staat nu het (voormalige) paleis
van Justitie. Ook niet lelijk, maar toch... eeuwig zonde.
Met dank aan Willem F. Muller (Viering 400
jaar Johan Maurits van Nassau (2004))
|