Al in 1640 werden er plannen gemaakt om het
water van Den Haag te laten doorstromen naar de zee. Of via een kanaal langs de
Scheveningseweg, of door het Westland naar de omgeving van Delfshaven. Deze plannen kregen
een veto van Delft. Die stad vreesde de concurrentie.
In 1773 waren er wederom plannen om een kanaal
te graven. Nu dacht men aan een kanaal dat via Wassenaar naar de Oude Rijn zou lopen. Dit
plan verdween eveneens in de prullenbak. Waarschijnlijk vanwege de politieke onrust in het
land.
Na het vertrek van de Fransen was het
burgemeester Copes van Cattenburch die in
1824 opnieuw voorstelde om een Kanaal naar Scheveningen te graven.
Er waren drie redenen om
dat te doen. Copes van Cattenburch dacht aan :
een waterweg naar het
kort daarvoor gebouwde Badhuis in Scheveningen
een manier om het
grachtenwater te verversen
een zeehaven aan het
eind van het kanaal.
Nadat eerst de Koninginnegracht
was gegraven begon men in de jaren '30 van de 19e eeuw met het graven van een Kanaal naar
zee. Men deed dat met als enig overgebleven doel een waterweg naar het Badhuis te maken.
"Delfland" zag niets in een open verbinding met zee en de vissers en het Badhuis
zagen niets in het sterk vervuilde grachtenwater in de zee. Bovendien wilden de vissers
geen schepen uit de rest van Holland in hun buurt.
Het graven werd voor een deel gedaan door
werklozen, die op die manier dus te werk werden gesteld.
In de jaren '40 besloot Koning Willem II dat
de graafwerkzaamheden moesten stoppen. Waarschijnlijk omdat het geld op was. Aan het eind
van het Kanaal kwam een groot openlucht zwembad te liggen. Ook ontstond er een zogenaamde
'Kolonie': de Witte Brug. Een groep
huizen die nog steeds bestaat en die de "Stadsherstel" gaat restaureren. Nadat
de werkzaamheden lange tijd hebben stil gelegen is men in 1853 toch verder gaan graven
naar zee. Dit maal op kosten van Den Haag. Het rijk betaalde niet meer mee.
De waterweg kreeg een vrij scherpe bocht en
loopt dan kaarsrecht in de richting van Scheveningen.
In 1863 stopte men op 100 meter van de zee.
Men had er in totaal meer dan 30 jaar over gedaan om Scheveningen te bereiken.
Men stopte definitief met de
graafwerkzaamheden in 1863. Er waren nog wel plannen om het hoge Seinpostduin af te
graven, waarna de zee bereikt zou zijn, maar dat is nooit gebeurd.
De schilder Mesdag koos het Seinpostduin uit
om aan zijn meesterwerk, het Panorama, te beginnen. Daarop is het kort daarvoor gereed
gekomen Kanaal goed te zien.
Over het Kanaal lagen vroeger schitterende
bruggen. Veel daarvan hebben het eind van de tweede wereldoorlog niet gehaald.
Beroemd was de zogenaamde Wittebrug. Daar had
zich al in de 19e eeuw een kleine nederzetting gevormd. Men sprak rond 1900 van 'de kolonie'. De huizen stonden toen nog relatief ver van Den Haag
en Scheveningen. Veel van die huizen bestaan nog steeds en ze vormen nog steeds een apart
wijkje aan het eind van de Badhuisweg.