De eerste verwijzing naar Haagse Joden is
gevonden in stukken uit 1398. Een Joods echtpaar bekeerde zich toen tot het Christendom.
Dat gebeurde in de Katholieke St. Jacobskerk. Graaf Aalbrecht
was bij deze plechtigheid aanwezig.
Hoewel Joden overal in Europa vervolgd zijn,
zijn er geen aanwijzingen dat Joden in Den Haag ooit (op grote schaal) zijn lastig
gevallen of verjaagd. Tot 1940.
In mei 1940 vielen de
Duitsers Nederland binnen.
Dat ook de Haagse Joden tijdens de bezetting
verdwenen naar vernietigingskampen en dat (daarom) de meesten van hen 1945 niet gehaald
hebben, is op zich al een zeer betreurenswaardig feit.
Dat de bestuurders van deze stad ná de tweede
wereldoorlog hebben toegestaan dat veel belangrijke gebouwen in de Hoogduitse-Joodse buurt
(omgeving Spui) zijn afgebroken en de voormalige Synagoge aan de Wagenstraat (Anno 1844,
gebouwd met financiële steun van Koning Willem II) een Moskee kon worden getuigt
niet echt van respect en eerbied.
Een Joods Gedenk-Museum was meer op zijn
plaats geweest in de synagoge.
Ter (zwakke) verdediging zou kunnen worden
aangevoerd dat de huizen in het Spui gebied niet van geweldige kwaliteit waren. Als de
gebouwen de jaren '90 hadden gehaald zouden ze waarschijnlijk zijn opgeknapt en hadden ze
net zo mooi (en geliefd) kunnen worden als de voormalige achterbuurt van Middelburg en de
Jordaan.
Wat nu nog rest zijn kleine bordjes op de
muren van smakeloze nieuwbouw panden. Het kan eigenlijk niet naargeestiger. "De buurt
spreekt" staat op die borden. In feite zwijgt de buurt echter, want de rondleiding
bestaat niet meer.
Het begin van de Voldersgracht (al in de 17e
eeuw gedempt), het begin van de (lange) Eerste Haagpoort, een stuk van het Spui (gedempt
omstreeks 1904), een stukje van de Wagenstraat, de St.
Jacobstraat, de Veerkades (Gedempt in 1904) en de
Paviljoensgracht (gedempt in 1904) . Ze waren allen onderdeel van de gezellige Joodse
buurt, waar tot na de Tweede Wereldoorlog mooie huizen stonden.
Aan de Voldersgracht stond sinds het begin van
de 18e eeuw een Hoog Duitse Synagoge. Deze is eind 19e eeuw vervangen door nieuwbouw. Ook
deze is helaas afgebroken.
De beroemde Spinoza (een Portugese Jood) woonde in de grote Joodse
buurt. Hij huurde een kamer aan de Paviljoensgracht. Dat huis, waar hij lange tijd woonde,
bestaat gelukkig nog.
In de Raamstraat staat nog een voormalig Joods
Weeshuis en aan de Jan Evertsstraat (Nieuwe Uitleg) vinden we de voormalige
Portugees-Joodse Synagoge.
Deze Synagoge is in 1707 gesticht in het huis
van Jacob Pereira. Omstreeks 1725 ontwierp de beroemde architect Daniel
Marot de Synagoge die nu nog steeds bestaat en ook nog steeds gebruikt wordt door de Liberaal
Joodse Gemeenschap van Den Haag. Het dient daarbij gezegd te worden dat de
opdrachtgevers een synagoge wilden die op de Portugees Joodse Synagoge van Amsterdam zou
lijken. Deze was 50 jaar eerder gebouwd.
De eerste steen van het Haagse complex werd op
16 april 1725 gelegd.
Het is een indrukwekkend gebouw. Bovenin staat het jaartal 5486 (1726). Daaronder staat in
het Hebreeuws "Hoe lieflijk zijn uw Woningen".
Het complex heeft 12 vensters, één voor elke
stam van Israël. Het was de bedoeling dat de Synagoge ook een toren (met klok) zou
krijgen, net zoals de Synagoge van Rotterdam die omstreeks diezelfde tijd gebouwd werd. De
bestuurders van Den Haag gingen in 1725 met 15 tegen 1 stem akkoord met de bouw daarvan,
maar enkele Haagse predikanten voerden daarna een campagne tegen de toren en die kwam er
vervolgens toch niet.
De Synagoge (Snoge) is op 9 augustus 1726
ingewijd tijdens een grote plechtigheid.

In de nieuwe C&A (kelders) bevond zich een
gedenksteen, op die plaats bevond zich ooit de Hoofdsynagoge van de Nederlands
Israëlische gemeente uit 1723.
Achter de "Haagsche Kluis" (aan het Plein), een voormalig bankgebouw in bijzondere Jugendstil stijl
bevindt zich een kleine 'privé' synagoge van de bankiersfamilie Edersheim. De synagoge
heeft in de 2e wereldoorlog haar functie verloren, toen de familie het pand moest
verlaten.
Tegenwoordig kan men de zaal afhuren voor een
vergadering, party, of lunch (tot 100 personen). De zaal is schitterend!
Bij de Scheveningse weg ligt de oude Joodse
Begraafplaats.
Veel van de huizen waar Joden woonden in het
Nieuwe Uitleg grachtengebied (Onderdeel van "Buurtschap 2005") zijn bewaard
gebleven en dat geldt dus ook voor het water in die Grachten. De
dempingsmanie is er gelukkig geheel aan voorbij gegaan.
Ook enkele mooie oude panden aan de
Wagenstraat en de Gedempte Burgwal herinneren nog aan de oude Joodse buurt. Ze worden
thans opgeknapt.
Achter de Nieuwe Kerk
ligt het 'Rabbijn Maarsenplein'. Tot voor kort heette dit het Bezemplein. Het plein is
'jong'. Voor de tweede wereld oorlog stonden hier ook rijen huizen en een paar scholen.
Één van die scholen werd in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers aangewezen om Joodse
Kinderen te onderwijzen.
1700 van hen werden gedurende de oorlogsjaren
vermoord. Voor hen is tegenwoordig een klein monument gemaakt op het Rabbijn Maarsenplein.
Klimtoestellen die stoelen voorstellen
(schoolstoelen) en tegelijkertijd trappen zijn naar de hemel. Op deze stoelen staan de
namen (en leeftijden) van kinderen die de oorlog niet overleefden. Vreselijk.
Toen ik er in mei 2007 even stil stond om er
over te spreken met (tegen) een groep die een rondleiding deed, hoorde ik twee oudere
dames zeggen die voorbij kwamen "eindelijk staan er eens mensen stil bij dit
monument".
De gebouwen van de Hema en de C&A aan de
Voldersgracht, die in de plaats kwamen van vele woonhuizen, zijn ondertussen al weer
afgebroken. Het is alsof ze er nooit geweest zijn. Die gebouwen lieten ijskoud
zien hoe men tijdens de kille na-oorlogse jaren omging met de herinnering aan de verdwenen
bevolkingsgroep. In de kelder van de Spuimarkt (een bioscoop, winkels, supermarkten en een
fitnessclub met zwembad) bevindt zich een monument voor de Hoofdsynagoge der Nederlandsch
Israëlische Gemeenschap (anno 1723) die hier gestaan heeft. Deze is gebruikt tot de
Synagoge aan de Wagenstraat haar deuren opende (1844).
Onder dit monument staat de tekst "Ik
werd voor hen tot een klein Heiligdom in de landen waarheen ze gekomen waren" in het
Nederlands en het Hebreews.
Een ander monument is een maquette van de
Joodse Buurt in het Stadhuis. Ook deze maquette is niet echt prominent neergezet. Hij
staat op de eerste etage van het Stadhuis (Spui).
Dan is er nog een monument van Dick Stins uit
1967, dat na renovatie in 2007 weer is onthuld. Een Davidsster van brons, met de tekst
"Gedenk wat Amelek u heeft aangedaan, vergeet het niet".
Het is betreurenswaardig dat de vrijwel geheel
uitgeroeide Portugees Joodse Gemeenschap geen monument heeft gekregen op de Nieuwe Uitleg.
Op de Nieuwe Uitleg is niets te vinden dat hun
leed herdenkt.
De Portugeze Joden werden ook wel Sefardische
(of Sephardische) Joden genoemd (Hebreeuwse voor Iberisch Schiereiland is
"Sepharad"). Zij spraken in de 17e en 18e eeuw veelal Portugees.
De Hoog Duitse Joden noemde men Asjkenazische joden (Duitsland is
Asjkenaz). Deze Joden spraken een mengelmoes van diverse talen, ook wel
"Jiddish" genoemd.
Als ik het voor het zeggen had (gehad), dan
deed ik het heel anders.
De grachten en oude gevels kwamen grotendeels terug.
Achter de gevels zou (volop) ruimte zijn voor
(ruimere) woningen.
Ik zou dus gekozen hebben voor het
terugbrengen van het water bij de Veerkads.
Veel meer een wandelgebied, met water en een
plein met een veel duidelijker / groter monument voor de verdwenen buurt.
Eerbied, respect en ontzag, dat hebben het
gebied en de voormalige bewoners eigenlijk wel verdiend. De hele buurt een monument. Dat
zou waardig zijn (geweest).
Het had begin 21e eeuw gekund : De Stille Veerkade weer vol water !! De Stille
Veerkade als blijvend monument ! Helaas heeft de politiek verkeerde keuzes gemaakt.