Er veranderde aan het eind van de 19e eeuw
zoveel in Den Haag dat ik er twee hoofdstukken voor nodig heb om de periode 1840 -1900 te
beschrijven.
In 1871 is de Gemeentelijke
Reinigingsdienst opgericht en drie jaar later was het Duinwaterleiding bedrijf een feit.
De gas verlichting in Den Haag was in handen partikulieren tot Den Haag de bedrijfjes
opkocht. Er werd in 1876 een Gasfabriek geopend aan de Gaslaan.
Het werd 's nachts wat lichter in de
stad. Gas verlichting is minder fel dan electrisch licht. Wij zouden het schemerachtig
hebben gevonden, maar voor die tijd was het een hele vooruitgang.
Den Haag is nog steeds, veel meer dan
Rotterdam en Amsterdam, een stad van paarden. In de straten van
Den Haag ziet men nog steeds regelmatig paarden en koetsjes. Tot aan de 20e eeuw was dat
nog veel meer het geval. Overal reden koetsen en er kwamen steeds meer paarden-tramlijnen
in Den Haag.
Lange Houtstraat
(1909)
Op het Buitenhof waren stallen even als in
de omgeving Lange Voorhout/ Smidswater.
De loopfiets was al vanaf 1780 te zien in Den Haag, in de jaren '80 van de 19e eeuw
verscheen de 'moderne' fiets in het straatbeeld: stalen buizen, luchtbanden en
trappers (pedalen). Het paard kreeg concurrentie.
In 1879 legde de Rijnspoorweg Mij. de
stroomtramlijn naar Scheveningen aan. Deze heeft tot in de 20e eeuw gereden.
Over het Kanaal (Koninginnegracht)
voer een door een paard getrokken trekschuit naar Scheveningen. Deze dienst kon niet
concurreren met de stoomtram en is in 1884 opgeheven.
In 1881 ging de Westlandse stoomtrein
rijden. Deze reed over de Lijnbaan en de Loosduinse weg in de richting van Loosduinen en
het Westland. Met haar komst begon de groei van Den Haag in westelijke richting, naar
Loosduinen, dat in de 20e eeuw onderdeel van Den Haag zou worden.
Met de komst van de Spoorwegen kwamen ook
de grote ongelukken. In 1902 weigerden de remmen van een grote stoomlocomotief. De
complete trein raasde dwars door enkele muren heen en kwam ver voorbij het station tot
stilstand in een tuin (thans het Julianaplein). Het miste op een haar na enkele gebouwen
langs de Bezuidenhoutseweg.

Treinongeluk
In 1863 werd de Dierentuin
geopend en tien jaar later kreeg Den Haag haar Gebouw voor Kunsten
en Wetenschappen. De stad was omstreeks die tijd op haar mooist.
Één van de grootste projecten van die
jaren was het graven van het Verversingskanaal. In 1826 was men
begonnen met het graven van het eerste kanaal. Dat project duurde meer dan 34 jaar ! en
toen was men nog niet klaar en bovendien was het geld op. Enkele jaren later bleek het
onmogelijk om aan die kant van de stad de zee te bereiken en moest men vanaf 1887 helemaal
opnieuw beginnen. Het nieuwe Verversingskanaal bereikte de zee wel. Het was (en is) een
zeer breed kanaal dat in 1887 de noord/west grens van Den Haag markeerde. Bij het kanaal
stopte de Laan van Meerdervoort. Er stonden slechts enkele huizen
voor bij het water. Richting Loosduinen lagen boerderijen en landgoederen. temidden van de
wilde duingronden.

De stad veranderde razendsnel. Dat geldt
ook voor het verversingskanaal.
Waar ooit de vissersschepen lagen, is het
nu stil en verlaten (voorbij de Laan van Meerdervoort liggen nog wel
wat woonboten) en waar de stoomtram richting Scheveningen reed, rijdt nu tram 11. Wat
bleef zijn de vele mooie panden langs de Conrad- en Suezkade en ook
de oude Weimarbrug is nog aanwezig.

"De laatste
hoofdstukken van de Haagse Geschiedenis worden
in 2003 geschreven..."
Dat schreef ik enthousiast in
2002. Ondertussen is het 2008 en is het door het overlijden van mijn moeder en
stiefvader in 2003 en door het grote succes van de rondvaart niet meer gelukt om de
geschiedenis verder af te schrijven.
In 2005 zijn drie dikke boeken
over de Geschiedenis van de Stad verschenen. De drie werken (te koop bij de betere
boekhandel) zijn een must voor iedereen die benieuwd is naar de ontwikkeling van deze
stad.
Foto's van 19e eeuws Den Haag
Foto's van de (gedempte) Grachten
|