De 19e eeuw was er één van ongekende
veranderingen voor Den Haag. Voor het eerst in lange tijd werd er weer buiten de
singelgrachten gebouwd.
De Nieuwe Uitleg
was in 1700 de laatste grote uitbreiding van de stad geweest.
Nu begon Den Haag aan alle kanten snel te groeien.
Ook binnen de singelgrachten veranderde er
veel. Smalle paden die langs tuinen in de richting van de Singelgracht slingerden werden
omgetoverd in straten en lanen.
Tussen het Lange
Voorhout en de Kazenestraat lag de smalle Kloosterkerkstraat. Hier stond eeuwenlang
een grote stadspoort. Voorbij de poort lag -tot aan de Singelgracht- en sloot en het
Nachtegaalpad. Langs het water stonden knotwilgen en aan weerszijden van het water lagen
tuinen en er stonden wat buitenhuisjes. Het Nachtegaal pad was al sinds de 17e eeuw
eigendom van Den Haag. Men had het land aangekocht omdat men de sloot in een gracht had
willen veranderen, zodat schepen de Kanongieterij, die zich in de voormalige Kloosterkerk bevond, konden bereiken. De sloot is nooit een gracht
geworden en de Kanongieterij is aan het eind van de 17e eeuw verplaatst naar de eerder
genoemde Nieuwe Uitleg.
De grote poort op de grens van
Nachtegaalpad en Kloosterkerkstraat is omstreeks 1850 gesloopt. Tegelijkertijd verdween
een groot deel van de bebouwing tussen Lange Voorhout en Singelgracht. De nachtegaalsgrachtjes werd gedempt en ook de namen
Nachtegaalpad en Kloosterkerkstraat verdwenen.

Parkstraat
Het landelijke stukje Den Haag werd
veranderd in de Parkstraat, met grote panden in Eclecticistische stijl. De beroemde architect P.J.H. Cuypers
ontwierp de bijzondere kerk aan de Parkstraat in Neo-Gotische
stijl, de Jacobus de Meerdere. St. Jacobus de Meerdere is de
beschermheilige van Den Haag, naar hem zijn ook de St Jacob (Grote) Kerk en St.
Jacobstraat genoemd.
De Parkstraat loopt evenwijdig aan het Noordeinde. Aan de andere kant van het Noordeinde, aan de
westkant werd omstreeks diezelfde tijd een andere weg aangelegd. De Prinsestraat.
Ook hiervoor moesten gebouwen en tuinen wijken. Één der oudste hofjes
van Den Haag, het Hofje van Dam, verhuisde vanwege de aanleg van de straat naar de Lange
Beestenmarkt.

Het was duidelijk welke kant
Den Haag op wilde groeien. Noordwaards richting zee en dat gebeurde ook.
Grote stukken land werden
aangekocht door de stad. Veelal waren dit stukken land die in het bezit waren van de
Oranjes. In het verlengde van de Parkstraat lag een enorme tuin van de Koning. Hier
bevonden zich ook de Neo-Gotische stallen. Toen Den Haag dit
gebied in 1855 voor f 45.000,-. kocht van Koning Willem II werd afgesproken dat er in dat
gebied geen aaneengesloten bebouwing zou komen. Het moest een park blijven. Het Willemspark. Daarachter werd de Javastraat
aangelegd dat letterlijk als achtergrond diende voor het park.
Aan de west- en oostkant van
het Willemspark werden nieuwe woonwijken aangelegd. Straten,
pleintjes en schitterende huizen, vaak ook weer in de Eclecticistische
en Neo-stijl. Voor wie van architectuur kan genieten is wandelen
door deze straten ook nu nog genieten.
In noordelijke richting stopte
de bouwactiviteiten vlak voor de Huygenspoort.
Deze poort bleef tot het eind
van de 19e eeuw de noordgrens van de stad. Daar voorbij lagen het uitgestrekte Sorgvliet en het wilde duinlandschap.
Wel werd de Archipelbuurt nog
doorgetrokken tot aan de Kerkhoflaan en rukte de stad op langs het Kanaal
dat tussen 1826 en 1862 (Koninginnegracht) in de richting van
Scheveningen werd gegraven.
Nog voor de eeuw om was was
Den Haag aan de noordzijde enkele grote wijken rijker.: Archipelbuurt,
Statenkwartier en Zeeheldenkwartier.
Aan de andere kant van de
stad, de zuidkant, groeide de stad in de richting van Rijswijk. Het Wachtje op het
Rijswijkseplein staat op de oude grens van Den Haag. Daar lag de stadsgrens tot het midden
van de 19e eeuw.
Het bewuste wachtlokaal is in
Neo-Griekse stijl gebouwd in 1871.

Rijswijkseplein
Het treinstation
van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Mij. lag oorspronkelijk op het grondgebied van
Rijswijk. Den Haag huurde dat stuk land. Met de komst van de spoorwegen naar Den Haag
(1843) begon de groei van de stad in de richting van de 'rails'.
Het begon met de Paulus
Potterstraat. Paulus Potter was een 17e eeuwse schilder die aan de Dunne
Bierkade had gewoond. De nieuwe wijk werd al snel de Schilderswijk,
omdat men ook andere nieuwe straten naar Schilders ging noemen.
De naam Hoefkade bestond al,
al heette zij oorspronkelijk "Hofkade".
Het water verdween aan het eind van de 19e eeuw. Zoals heel veel andere sloten en
grachten. Den Haag werd letterlijk drooggelegd.
De prachtige Herengracht
werd gedempt (1845) evenals de Pauwengracht (Fluwelen Burgwal) en zo ging men maar
door totdat omstreeks 1904 vrijwel alle grachten van Den Haag verdwenen waren.
In 1843 kwam ook de (trein)
verbinding Den Haag Amsterdam tot stand. Daardoor werd de reistijd tussen deze twee steden
teruggebracht van dagen naar uren. Daarmee kwamen ook de veranderingen in een
stroomversnelling en groeide Den Haag steeds sneller.
Omstreeks 1860 liet de
Rijnspoorweg Mij. de lijn Den Haag Gouda (Utrecht) aanleggen. Deze Spoorwegmaatschappij
had haar eigen Haagse treinstration bij de Bezuidenhoutseweg De Rijnspoorweg Mij.
werd later Staatsspoor en het station werd Centraal Station.
Met een gruwelijke moord in
1872 in een huis aan de Bocht van Guinea kwam volgens sommigen het echte einde van het
oude 'dorpse' Den Haag. Moorden waren er wel vaker gepleegd in de stad, maar zelden
zo gruwelijk. Twee dames werden in hun slaap verrast en door messteken om het leven
gebracht.
De dader heette Jut en zijn
"kop" moest het nadat bekend was geworden dat hij de dader was op vele kermissen
ontgelden. De bewoners van de Bocht van Guinea (een 17e eeuwse straat), wilde dat de
gemeente de naam van hun straat zou veranderen. Zodat ze niet meer aan de moord herinnerd
hoefden te worden (??). De straatnaam werd -inderdaad- veranderd. Vanaf 1873 spreken
we over Huygenspark.
In 1793 was vanaf het Malieveld voor het eerst een luchtbalon opgestegen van Haagse
grond. Dat trok vanzelfsprekend veel bekijks.
De eerste pogingen van
IJserman om omstreeks 1869 met een soort vliegmachine op te stijgen mislukten. Ook dit
zorgde voor een grote oploop van mensen. Het zou trouwens tot begin 20e eeuw duren voordat
het eerste vliegtuigje opsteeg (in Amerika).
In juni 1864 had Den Haag de
Europese primeur van de Stadstram. Toen nog getrokken door paarden. Dat was dus eerder dan
in de Europese metropolen Londen, Parijs, Berlijn en de jonge Nederlandse Hoofdstad
Amsterdam.
De officiële naam was
Algemene Nederlandse Railroute Maatschappij. Al snel werd dit Hagsche Tramweg
Maatschappij: De HTM.
Den Haag had in die tijd nog
een primeur. In 1872 vond de eerste bijeenkomst plaats van de Socialistische
Internationale. Daarbij was Karl Marx aanwezig, evenals vele Europese socialisten en
anarchisten.
Deze bijeenkomst veroorzaakte
veel opschudding in het Oranje gezinde, keurige Den Haag. Tot ongeregeldheden is het
voorzover ik na kan gaan niet gekomen.
Marx logeerde aan het Spui in logement De Zeven Kerken van Rome. Het Spui was nog een
echte gracht en de wijk nog een armoedige arbeiders- en een Jodenbuurt. Een goede
voedingsbodem voor het Socialisme.
Aan de oostkant van Den Haag
begon de stad pas te groeien na de bouw van het station van de Rijnspoorweg mij. De eerste
aaneengesloten bebouwing van Bezuidenhout werd na 1880 neergezet.
In 1869 telde Den Haag 91.000
inwoners, in 1890 waren het er al 156.000. Hierop vooruitlopend had men in 1865 al
besloten dat er een groot ziekenhuis gebouwd moest worden. Dat was het Bronovo ziekenhuis
aan de Laan van Meerdervoort. Het gebouw bestaat nu nog, maar het
ziekenhuis zelf is ondertussen al weer vele decennia in het Benoordenhout gevestigd.
Ook binnen de Singelgrachten,
in Oud Den Haag werd gebouwd.
Koning Willem II liet in de jaren '40 van de 19e eeuw op het Noordeinde
de schitterende Neo-Gotische Galerij bouwen en hij liet een
standbeeld plaatsen van Willem van Oranje.
De Neo Gotische Galerij is in
1883, kort na de dood van Willem II, weer afgebroken om plaats te maken voor een plein en
de Paleisstraat. Wat rest is de Gotische Zaal aan de Paleisstraat, het ruiter standbeeld
van Willem van Oranje en een enorme Kastanje boom die jong was toen de Galerij nog
bestond.

19e eeuws Den Haag tot aan 1914
|