Den Haag
Hoofdstad van Zuid Holland
Regeringsstad en Residentie

van Nederland

Online sinds 1998

 

Mauritishuis

English Deutsch

Alfabetische Index Nieuw op deze site Rondleidingen Rondvaarten Uitgaan in Den Haag Links

 


De Geschiedenis van Den Haag

Eind 19e eeuw * 1 *
Voorbij de singels

 

 

 

De 19e eeuw was er één van ongekende veranderingen voor Den Haag. Voor het eerst in lange tijd werd er weer buiten de singelgrachten gebouwd.

De Nieuwe Uitleg was in 1700 de laatste grote uitbreiding van de stad geweest.
Nu begon Den Haag aan alle kanten snel te groeien.

Ook binnen de singelgrachten veranderde er veel. Smalle paden die langs tuinen in de richting van de Singelgracht slingerden werden omgetoverd in straten en lanen.

Tussen het Lange Voorhout en de Kazenestraat lag de smalle Kloosterkerkstraat. Hier stond eeuwenlang een grote stadspoort. Voorbij de poort lag -tot aan de Singelgracht- en sloot en het Nachtegaalpad. Langs het water stonden knotwilgen en aan weerszijden van het water lagen tuinen en er stonden wat buitenhuisjes. Het Nachtegaal pad was al sinds de 17e eeuw eigendom van Den Haag. Men had het land aangekocht omdat men de sloot in een gracht had willen veranderen, zodat schepen de Kanongieterij, die zich in de voormalige Kloosterkerk bevond, konden bereiken. De sloot is nooit een gracht geworden en de Kanongieterij is aan het eind van de 17e eeuw verplaatst naar de eerder genoemde Nieuwe Uitleg.

De grote poort op de grens van Nachtegaalpad en Kloosterkerkstraat is omstreeks 1850 gesloopt. Tegelijkertijd verdween een groot deel van de bebouwing tussen Lange Voorhout en Singelgracht. De nachtegaalsgrachtjes werd gedempt en ook de namen Nachtegaalpad en Kloosterkerkstraat verdwenen.

Parkstraat
Parkstraat

Het landelijke stukje Den Haag werd veranderd in de Parkstraat, met grote panden in Eclecticistische stijl. De beroemde architect P.J.H. Cuypers ontwierp de bijzondere kerk aan de Parkstraat in Neo-Gotische stijl, de Jacobus de Meerdere. St. Jacobus de Meerdere is de beschermheilige van Den Haag, naar hem zijn ook de St Jacob (Grote) Kerk en St. Jacobstraat genoemd.

De Parkstraat loopt evenwijdig aan het Noordeinde. Aan de andere kant van het Noordeinde, aan de westkant werd omstreeks diezelfde tijd een andere weg aangelegd. De Prinsestraat. Ook hiervoor moesten gebouwen en tuinen wijken. Één der oudste hofjes van Den Haag, het Hofje van Dam, verhuisde vanwege de aanleg van de straat naar de Lange Beestenmarkt.

Hofje van Dam

Het was duidelijk welke kant Den Haag op wilde groeien. Noordwaards richting zee en dat gebeurde ook.

Grote stukken land werden aangekocht door de stad. Veelal waren dit stukken land die in het bezit waren van de Oranjes. In het verlengde van de Parkstraat lag een enorme tuin van de Koning. Hier bevonden zich ook de Neo-Gotische stallen. Toen Den Haag dit gebied in 1855 voor f 45.000,-. kocht van Koning Willem II werd afgesproken dat er in dat gebied geen aaneengesloten bebouwing zou komen. Het moest een park blijven. Het Willemspark. Daarachter werd de Javastraat aangelegd dat letterlijk als achtergrond diende voor het park.

Aan de west- en oostkant van het Willemspark werden nieuwe woonwijken aangelegd. Straten, pleintjes en schitterende huizen, vaak ook weer in de Eclecticistische en Neo-stijl. Voor wie van architectuur kan genieten is wandelen door deze straten ook nu nog genieten.

In noordelijke richting stopte de bouwactiviteiten vlak voor de Huygenspoort.

Deze poort bleef tot het eind van de 19e eeuw de noordgrens van de stad. Daar voorbij lagen het uitgestrekte Sorgvliet en het wilde duinlandschap.

Wel werd de Archipelbuurt nog doorgetrokken tot aan de Kerkhoflaan en rukte de stad op langs het Kanaal dat tussen 1826 en 1862 (Koninginnegracht) in de richting van Scheveningen werd gegraven.

Nog voor de eeuw om was was Den Haag aan de noordzijde enkele grote wijken rijker.: Archipelbuurt, Statenkwartier en Zeeheldenkwartier.

Aan de andere kant van de stad, de zuidkant, groeide de stad in de richting van Rijswijk. Het Wachtje op het Rijswijkseplein staat op de oude grens van Den Haag. Daar lag de stadsgrens tot het midden van de 19e eeuw.

Het bewuste wachtlokaal is in Neo-Griekse stijl gebouwd in 1871.

Wachtje
Rijswijkseplein

Het treinstation van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Mij. lag oorspronkelijk op het grondgebied van Rijswijk. Den Haag huurde dat stuk land. Met de komst van de spoorwegen naar Den Haag (1843) begon de groei van de stad in de richting van de 'rails'.

Het begon met de Paulus Potterstraat. Paulus Potter was een 17e eeuwse schilder die aan de Dunne Bierkade had gewoond. De nieuwe wijk werd al snel de Schilderswijk, omdat men ook andere nieuwe straten naar Schilders ging noemen.

De naam Hoefkade bestond al, al heette zij oorspronkelijk "Hofkade".
Het water verdween aan het eind van de 19e eeuw. Zoals heel veel andere sloten en grachten. Den Haag werd letterlijk drooggelegd.

De prachtige Herengracht werd gedempt (1845) evenals de Pauwengracht (Fluwelen Burgwal) en zo ging men maar door totdat omstreeks 1904 vrijwel alle grachten van Den Haag verdwenen waren.

In 1843 kwam ook de (trein) verbinding Den Haag Amsterdam tot stand. Daardoor werd de reistijd tussen deze twee steden teruggebracht van dagen naar uren. Daarmee kwamen ook de veranderingen in een stroomversnelling en groeide Den Haag steeds sneller.

Omstreeks 1860 liet de Rijnspoorweg Mij. de lijn Den Haag Gouda (Utrecht) aanleggen. Deze Spoorwegmaatschappij had haar eigen Haagse treinstration bij de Bezuidenhoutseweg De Rijnspoorweg Mij. werd  later Staatsspoor en het station werd Centraal Station.

Met een gruwelijke moord in 1872 in een huis aan de Bocht van Guinea kwam volgens sommigen het echte einde van het oude 'dorpse' Den Haag.  Moorden waren er wel vaker gepleegd in de stad, maar zelden zo gruwelijk. Twee dames werden in hun slaap verrast en door messteken om het leven gebracht.

De dader heette Jut en zijn "kop" moest het nadat bekend was geworden dat hij de dader was op vele kermissen ontgelden. De bewoners van de Bocht van Guinea (een 17e eeuwse straat), wilde dat de gemeente de naam van hun straat zou veranderen. Zodat ze niet meer aan de moord herinnerd hoefden  te worden (??). De straatnaam werd -inderdaad- veranderd. Vanaf 1873 spreken we over Huygenspark.

In 1793 was vanaf het Malieveld voor het eerst  een luchtbalon opgestegen van Haagse grond. Dat trok vanzelfsprekend veel bekijks.

De eerste pogingen van IJserman om omstreeks 1869 met een soort vliegmachine op te stijgen mislukten. Ook dit zorgde voor een grote oploop van mensen. Het zou trouwens tot begin 20e eeuw duren voordat het eerste vliegtuigje opsteeg (in Amerika).

In juni 1864 had Den Haag de Europese primeur van de Stadstram. Toen nog getrokken door paarden. Dat was dus eerder dan in de Europese metropolen Londen, Parijs, Berlijn en de jonge Nederlandse Hoofdstad Amsterdam.

De officiële naam was Algemene Nederlandse Railroute Maatschappij. Al snel werd dit Hagsche Tramweg Maatschappij: De HTM.

Den Haag had in die tijd nog een primeur. In 1872 vond de eerste bijeenkomst plaats van de Socialistische Internationale. Daarbij was Karl Marx aanwezig, evenals vele Europese socialisten en anarchisten.

Deze bijeenkomst veroorzaakte veel opschudding in het Oranje gezinde, keurige Den Haag. Tot ongeregeldheden is het voorzover ik na kan gaan niet gekomen.

Marx logeerde aan het Spui in logement De Zeven Kerken van Rome. Het Spui was nog een echte gracht en de wijk nog een armoedige arbeiders- en een Jodenbuurt. Een goede voedingsbodem voor het Socialisme.

Aan de oostkant van Den Haag begon de stad pas te groeien na de bouw van het station van de Rijnspoorweg mij. De eerste aaneengesloten bebouwing van Bezuidenhout werd na 1880 neergezet.

In 1869 telde Den Haag 91.000 inwoners, in 1890 waren het er al 156.000. Hierop vooruitlopend had men in 1865 al besloten dat er een groot ziekenhuis gebouwd moest worden. Dat was het Bronovo ziekenhuis aan de Laan van Meerdervoort. Het gebouw bestaat nu nog, maar het ziekenhuis zelf is ondertussen al weer vele decennia in het Benoordenhout gevestigd.

Ook binnen de Singelgrachten, in Oud Den Haag werd gebouwd.
Koning Willem II liet in de jaren '40 van de 19e eeuw op het Noordeinde de schitterende Neo-Gotische Galerij bouwen en hij liet een standbeeld plaatsen van Willem van Oranje.

De Neo Gotische Galerij is in 1883, kort na de dood van Willem II, weer afgebroken om plaats te maken voor een plein en de Paleisstraat. Wat rest is de Gotische Zaal aan de Paleisstraat, het ruiter standbeeld van Willem van Oranje en een enorme Kastanje boom die jong was toen de Galerij nog bestond.

Gotische Gallerij

19e eeuws Den Haag tot aan 1914