Den Haag
Hoofdstad van Zuid Holland
Regeringsstad en Residentie

van Nederland

Online sinds 1998

 

Mauritishuis

English Deutsch

Alfabetische Index Nieuw op deze site Rondleidingen Rondvaarten Uitgaan in Den Haag Links


De Geschiedenis van Den Haag

De laatste jaren van de opstand: 1584-1648 AD

 

 

1600.jpg (253851 bytes)
Den Haag
anno 1600

1638
1638
(voor de aanleg
Brouwers- & Prinsegracht)

 

Na de plunderingen van Den Haag door de  troepen uit Gelre (in 1528) had men in 1531 Delft al aangewezen als officiële wijkplaats voor het Hof van Holland in tijden van oorlog en rampspoed.

In 1577 leek Den Haag zijn functie als regeringscentrum geheel te verliezen toen de Staten van Holland besloten om de archieven van Hof en aanverwante instellingen van het Binnenhof over te brengen naar het ommuurde Delft.

Ook de nieuwe machthebber, Willem van Oranje, ging in Delft wonen.  De tijd van Den Haag als regeringsstad leek nu definitief voorbij. Ook toen Willem van Oranje in 1584 werd vermoord in het Prinsehof, betekende dat nog geen eerherstel van de stad. De Oranjes verlieten Delft, maar gingen niet naar Den Haag.

De strijd was nog lang niet voorbij in 1584. In de omgeving van Den Haag was het echter -na het ontzet van Leiden- wel een stuk rustiger geworden. Voor Den Haag leek het toen echter al te laat te zijn. Er was van het dorp weinig meer over.

Het gedeelte van bos dat tegen Den Haag aanlag was voor een groot deel gekapt en wat overgebleven was waren enkele kale duintoppen. Zand en takjes verspreidden zich door de straten van het dorp. Het leek er op alsof de natuur langzaam bezit nam van het ooit zo mooie dorp. Dat was eigenlijk ook wat Delft en Leiden graag hadden gezien. Den Haag zou weer langzaam onderdeel worden van het duinlandschap en de twee grote steden waren een lastige -handels- concurrent kwijt. Al in 1575 had het Stadsbestuur van Delft tijdens een officiële Staten vergadering voorgesteld om Den Haag definitief van de kaart te laten verdwijnen. Willem van Oranje en veel andere steden had toen tegen die plannen gestemd.

Na enige jaren door Holland en Zeeland te hebben gezworven met haar kinderen (waaronder de Prinsen Maurits en Frederik Hendrik) vestigde de weduwe (derde vrouw) van Willem van Oranje Louise de Coligny   zich aan het eind van de 16e eeuw in het latere Paleis Noordeinde te Den Haag. Voor Den Haag betekende dit definitief het begin van het herstel. Prins Maurits was toen al volwassen en voerde de opstandige legers aan.

Hij was in 1585 naar voren geschoven door een belangrijk ambtenaar van Rotterdam, Johan van Oldenbarnevelt. Prins Maurits was de tweede zoon van Willem van Oranje. De oudste zoon, Philips-Willem, was gegijzeld door de Spanjaarden en kwam pas veel later vrij.

Maurits benoemde Van Oldenbarnevelt vrij kort daarna tot Landsadvocaat van Holland (men noemde dat later Raadspensionaris).

In 1587 was het volkomen duidelijk dat geen enkele Europese vorst het Koningsschap in de opstandige gebieden durfte of kon op (te) eisen. Ten slotte besloot de Staten van Holland zichzelf maar uit te roepen tot "staatshoofd". Dit tot grote verbazing van alles en iedereen in Europa. De Noordelijke Nederlanden werden een Republiek.

De staatsinrichting van de Republiek,

Johan de Witt schreef in 1650 :

(..) "Dat de Engelschen deze Vereenigde Nederlanden in verscheidene artikelen noemen met de naam van Respublica, 't welk geoordeeld wordt eigenlijk niet te passen, al zoo deze Provinciën niet en te zamen una Respublica, maar iedere provincie apart eene souvereine republiek is, en dat zulks deze Vereenigde Provinciën niet met de nam van Respublica, in singalari numero, maar veeleer met de naam, Reipulcae Foederatae of te Unitae, in Plurali Numero genoemd zouden moeten worden.

Te laat heeft De Witt zich gerealiseerd dat de vijanden van de Republiek na deze uitleg hun kans schoon zagen. Als het een verzameling republiekjes betrof, dan kon men die één voor één uitschakelen en daarmee de Nederlanden.

De Engelse ambassadeur, Sir Willian Temple,  maakte dat nog eens duidelijk in een brief aan zijn regereing in 1672 :

"Het is duidelijk [...] dat deze Staat niet echt een gemenebest genoemd kan worden, maar eerder een verbond is van zeven Souvereine Provincies, met elkaar verenigd voor hun gemeenschappelijke en wederzijdse defensie, maar zonder enige afhankelijkheid van elkaar. Om de aard van hun regering [...] te ontdekken, moet die in nog kleinere onderdelen uit elkaar gehaald worden, waardoor zal blijken, dat elk van deze Provincies op haar beurt is samengesteld uit vele kleine staatjes en steden, die elk op zich verschillende kenmerken van souvereine macht hebben, en die niet onderworpen zijn aan de souvereiniteit van hun Provincie.

In de Provinciale Staten worden besluiten immers niet genomen bij meerderheid van stemmen, maar door algehele eenstemmigheid.

Want zoals de Staten-Generaal geen oorlog kunnen verklaren, of vrede kunnen sluiten, of een nieuw bondgenootschap kunnen aangaan, of belastingen kunnen heffen zonder de instemming van elke provincie, zo kunnen de Staten-Generaal eigenlijk niets van dit alles doen zonder de instemming van elk van de steden die een stem hebben in de Provinciale Statenvergadering".

Dat was in 1672.


Vele jaren eerder zag de toekomst van die Republiek er al niet zo rooskleurig uit. De opstand tegen Spanje was nog in volle gang en de Hertog van Alva was vervangen door de Hertog van Parma. Alva had de opstand niet neer kunnen slaan, Parma leek dat wel te gaan doen. Hij boekte overwinning na overwinning en had al snel het gehele Zuiden van de Nederlanden weer onder controle. Toen hij ook in de Noordelijke Nederlanden zijn slag wilde gaan slaan kreeg hij vanuit Spanje het bevel om naar Parijs te trekken. Daar leken de Protestanten andermaal de macht over te nemen. In Engeland zat al een Protestantse Koningin op de troon, in Duitsland waren Protestante vorstendommen en ook Denemarken en Zweden waren Protestants geworden. Indien Frankrijk ook in Protestante handen zou vallen, kwam het Katholocisme in Europa wel erg in de verdrukking. De opstand in de Nederlanden kon wel even wachten. Parijs diende te worden behouden voor het Roomse geloof. Parma wist inderdaad Parijs (1590) te veroveren, maar de opstandige provincies in het Noorden gingen nu voor altijd verloren.

Maurits was na 1588 stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel. In Friesland was een neef van Maurits (Willem Lodewijk) tot stadhouder uitgeroepen. De twee neven reorganiseerden het leger van de jonge Republiek. Ze maakten er een soort beroepsleger van, waarbij de maandelijkse uitbetaling van het soldij een opvallende nieuwigheid was. Vanaf dat moment was het vrijwel afgelopen met de plunderingen door de Opstandige legers.
De twee stadhouders waren tevens voor de taktiek "aanval is de beste verdediging".

Deze nieuwe tactiek werd het eerst toegepast in Breda, een stad die door een list gelijk het paard van Troje (alleen was hier sprake van en turfschip) werd ingenomen.

In 1594 volgde Groningen. Groningen werd de een Provincie, evenals Drenthe. Willem Lodewijk wordt tevens stadhouder van Groningen en Drenthe.

Men sprak in die tijd nooit van de Verenigde Nederlanden, maar altijd van de Verenigde Provinciën. Noord-Brabant (en later delen van Limburg) behoorden welliswaar tot het veroverde gebied, maar waren geen Provinciën. Ze werden gezien als een soort buffergebied. De vijand in het Zuiden moest daar eerst doorheen zien te komen alvorens de Provinciën in het Noorden gevaar liepen. Men sprak van 'generaliteitslanden', omdat ze geen stadhouder hadden, maar rechtstreeks door de Staten-Generaal bestuurd werden.

In 1593 stierf Philips de 2e. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Philips III.
De Nederlanden (Zuid en Noord) zijn dan al door Philips II aan zijn dochter Isabella geschonken.
Op de dag dat ze in Brussel aankwam waren er ook stoelen gereserveerd voor de opstandige Noordelijke Provinciën. Men had aan het Spaanse Hof nog steeds niet door hoezeer de situatie veranderd was. De opstand werd nu door iedereen in het Noorden gesteund. De stoelen bleven dan ook leeg.

In 1600 volgde de beroemde slag bij Nieuwpoort. [Externe link], die welliswaar door Maurits werd gewonnen, maar voor het verloop van de strijd in Zuid Nederland geen rol van betekenis meer speelde. De Zuiderlijke Nederlanden bleven in handen van Spanje.

In Drenthe volgde nog wat strijd, waarbij enkele dorpen en kleine steden werden veroverd door de Spanjaarden. Deze dorpen zijn ook nu nog steeds Katholiek. Op zee was de Republiek heer en meester.

In 1609 waren de Spanjaarden de strijd moe en werd besloten tot een 12 jarig bestand.

Den Haag
Prins Maurits was aan het eind van de 16e eeuw in Den Haag gaan wonen. Echter niet in het Mauritshuis (al doet de naam dat wellicht vermoedden). Het Mauritshuis is pas veel later gebouwd, in opdracht van Frederik Hendrik voor zijn neef Johan Maurits van Nassau, die kort koning van Brazilië is geweest.

Maurits woonde eerst op Noordeinde en verhuisde later naar het Binnenhof.

In 1584 was er brand uitgebroken in een nonnenklooster dat aan het eind van de Vlamingstraat stond. Het gehele klooster was verwoest. Het is nooit meer opgebouwd. We kennen de lokatie thans als de "Grote Markt". Alle huizen in de omgeving van het kasteel waren in het begin van de opstand al verwoest. Er is in heel Den Haag dan ook geen enkel huis van voor 1595 te vinden.

De Staten van Holland hadden er voor gekozen om ook weer in Den Haag te gaan vergaderen. Die keuze is gemakkelijk te verklaren. Diverse steden hadden er op aangedrongen om de Staten binnen hun muren te krijgen. Om jalousie en mogelijke interne strijd te voorkomen koos men, net als de Graven van Holland ooit hadden gedaan, weer voor het 'onbetekende' Den Haag. 

wpe5A.jpg (126533 bytes)
De weduwe, de moeder en de zoon van Van Oldenbarneveld bij Prins Maurits.
Smekend om genade voor de zoon van Van Oldenbarneveld.

Het feit dat Maurits zelf op het Binnenhof ging wonen was een veelbetekend feit. Maurits was een man met invloed en prestige en bovendien opperbevelhebber van de republikeinse legers. Hij liet de bestaande bebouwing van het Binnenhof in 1590 uitbreiden met een hoge, vierkante hoektoren. Dit gebouw staat nog steeds in de noordwesthoek van het complex, naast de Hofvijver en het Buitenhof.  In 1587 kwamen ook de Staten-Generaal naar Den Haag. Voortaan was Den Haag het bestuurscentrum van de gehele "Unie der Verenigde Provienciën" (de latere Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden)

Maurits heeft nog gepoogd Den Haag door muren te laten omgeven, de stad mocht immers niet nog een keer ten prooi vallen aan strijdende troepen. De oorlog met Spanje was nog lang niet voorbij en de kans bestond dat Spanjaarden vanaf de Noordzee zouden aanvallen.

Na drie jaar vergaderen was er overeenstemming (het was ondertussen al 1603) om Den Haag te omgeven met een muur. Er bestaan diverse tekeningen en die zijn op zijn minst spectaculair te noemen. 

Het benodigde geld was bij elkaar, Delft had zijn bezwaren onder protest opgegeven en de benodigde grond was onteigend. Ook waren alle andere zaken geregeld. Toch is de muur -zoals U wellicht al wist- er nooit gekomen. Het stadsbestuur van Den Haag wilde meer zeggenschap in de stad, zodra deze ommuurd was en het Hof van Holland en de Staten voelden daar niets voor. Als een soort straf is het plan van de muren toen afgeblazen.

Zicht op Den Haag, Jan van Goyen (1646)
Zicht op Den Haag
vanuit Delft
1646

Vooral de afgevaardigden van Delft waren bang dat Den Haag sluipenderwijs de status van stad zou krijgen en vervolgens machtiger zou worden dan Delft zelf. Ze hebben achteraf gelijk gekregen.

De muren kwamen er dus uiteindelijk niet, maar dat Den Haag beter verdedigd moest kunnen worden stond wel als een paal boven het spreekwoordelijke water. Het was Prins Maurits van Oranje die de zaak weer aanzwengelde. Hij wist iedereen te overtuigen. Muren kwamen er nog steeds niet, maar in 1614 had Den Haag wel degelijk verdedigingswerken in de vorm van een grachtenstelsel.

Deze grachten vormden ook een element van stadsverfraaiing en vergemakkelijkten het de bevoorrading van de Hagenaars.

In het jaar van het bestand met Spanje, 1609, werd paleis Noordeinde eigendom van de Oranjes. Het werd bewoond door Louise de Coligny, de weduwe van Willem van Oranje.

De broer van Prins Maurits, Prins Frederik Hendrik, bleef er na de dood van zijn moeder (Louise de Coligny) in 1620 zelf wonen. Het paleis is nog steeds in gebruik door de Oranjes. Sinds 1980 is het het werkpaleis van Koningin Beatrix.

 

De 80 jarige oorlog (begonnen in 1581 met de afzwering van de Spaanse Koning Philips II [Acte van Verlatinghe]) was na het 12 jarig bestand nog niet ten einde. Er zou nog tot 1648 (Vrede van Munster) strijd geleverd worden. Het dorp Den Haag is in die jaren echter niet meer aangevallen.

Wat niet wil zeggen dat het er rustig bleef. Tijdens het 12 jarige bestand ontstond er binnen het kamp van de opstandelingen onenigheid over de te volgen politiek. Bovendien wilden enkele staatslieden, waaronder Van Oldenbarnevelt, niet dat Prins Maurits te veel macht kreeg. De Noordelijke Nederlanden waren immers een Republiek. Prins Maurits heeft toen een soort staatsgreep gepleegd, waarbij hij onder andere de oude Van Oldenbarnevelt en Hugo de Groot liet arresteren. Van Oldenbarnevelt is vervolgens op het Binnenhof geëxucuteerd (onthoofd).
Van Oldenbarnevelt was al over de 80. Er staan nog altijd standbeelden van hem in Rotterdam en Den Haag (Lange Vijverberg).

Deze staatsgreep en de executie zijn er de oorzaak van dat Maurits lang 'vergeten' is. Pas in het jaar 2000 is sprake van een voorzichtig eerherstel. De prins heeft er immers voor gezorgd dat de oorlog tegen Spanje werd gewonnen. Het einde van de oorlog heeft hij zelf echter niet meer mee gemaakt. Hij stierf (een natuurlijke dood) in 1625. In Spanje zit Philips IV dan op de troon, die ook van geen wijken wil weten. De half broer van Maurits,  Frederik Hendrik, wordt stadhouder van Holland en Zeeland en aanvoerder van de strijdkrachten.

Frederik Hendrik is net als Maurits, heel belangrijk geweest voor de inrichting van het oude Centrum. Hij laat de voormalige moestuinen achter het paleis veranderen in een statig plein (Het Stadhoudersplein, we noemen dit nu gewoon "Plein"), hij geeft opdracht tot de bouw van het Mauritshuis, voor zijn neef en laat aan de achterzijde van het Binnenhof een tweetal nieuwe poorten bouwen. Bovendien is de inrichting van de omgeving van de Hofvijver (Lange en Korte Vijverberg) door hem aangevraagd. Tot omstreeks 1630 had de Hofvijver nog enigszins de uiterlijke kenmerken van het duinmeer dat het ooit was, na de renovatie was het een rechthoekige vijver.

Het Haagse hof kreeg onder leiding van Prins Frederik Hendrik al snel een onmiskenbare allure. Het stadhouderlijke hof werd echter vooralsnog toch niet het centrale aantrekkingspunt van de -onafhankelijke- Republiek als zodanig.

Dat was immers de handelsmacht, de economische groei, het financieel vermogen, de spectaculaire bloei van de nijverheid in de echte grote steden (en Den Haag was geen (grote) stad) in Holland en langs de Zaan. Wie vanuit het buitenland naar de Republiek ging, kwam niet in de eerste plaats voor het stadhouderlijk Hof. Den Haag lag daarnaast ook nog eens in een uithoek. Het was wel een geliefde plaats voor kunstenaars, die zich vooral in de omgeving van de Bierkade vestigden. Jan van Gooyen en Jan Steen bijvoorbeeld.
Vele Hollandse meesters schilderden de schitterende omgeving van het Binnenhof.

Buitenlandse reizigers gingen vaker naar het mekka van wetenschap en geleerde boekproductie, Leiden, of naar het zenuwcentrum van de wereldhandel, de stad waar -ook toen al- alles mogelijk leek te zijn en waar alles ook derhalve gebeurde, de echte metropool, Amsterdam.

Amsterdam was nooit ver weg - ook in Den Haag niet. Het grote logement van de Amsterdamse gedeputeerden op het Plein maakt dat duidelijk genoeg.

Het Stadhouderlijk hof moest in Den Haag geducht rekening houden met de andere machtspolen van het plaatselijke, het gewestelijke en het nationale leven, die elkaar in het kleine wereldje rond en nabij de Hofvijver ontmoetten.

Ten eerste die van het gewest, de Staten van Holland, het Hof van Justitie van Holland en Zeeland, de Rekenkamer, de Hoge Raad, de Raad van Brabant en daaraan gekoppeld een klein leger van ambtenaren. Vervolgens de instellingen van de Generaliteit die gedeputeerden en vertegenwoordigers van alle gewesten naar Den Haag riepen, vertegenwoordigers van allerlei steden, streken en belangen, alsmede militairen en buitenlandse gezanten. Tenslotte Den Haag zelf, want al had het dorp Den Haag nog steeds geen stadsrechten verworven, de agglomeratie functioneerde in tal van opzichten toch al als een volwaardige stad.

In 1641 trouwde de zoon van Stadhouder Frederik Hendrik, de latere Willem II, met de Engelse Mary Stuart. Willem was toen 14 jaar oud en Mary 9. Dit soort huwelijken tussen kinderen was niet ongebruikelijk, de gemiddelde leeftijd lag nog veel lager in die tijd. Iemand van 40 was echt oud.

Mary Stuart kwam kort daarna naar Den Haag en bracht haar eigen hofhouding mee. Ook dit was niet echt bijzonder. Er leefden in Den Haag al enkele uit hun land gevluchtte en/of verbannen Europese vorsten. 

De Haagse middenstand profiteerde van de aanwezigheid van zoveel adel, want nogal wat winstgevende bedrijven en ambachten stonden in rechtstreeks verband met het hofleven. Den Haag wemelde van de goudsmeden, juweliers, borduurwerkers, zwaardvegers, zijdekramers, lakenkopers,  vergulders en pastijbakkers.

Rijken waren er derhalve genoeg in Den Haag, meer nog dan in Amsterdam, dat toch zesmaal zoveel inwoners telde.

Door de rijkdom in de stad kwamen er nog meer mensen wonen. Het inwoneraantal bleef groeien. Den Haag was een gezellige stad geworden.

Jacob van der Does, Haags dichter (1641-1680), schreef in 1667 :

"Het Haagje dat het ver van alle Europa's hoeken
wint in vermaakelijkheid en tot aan 't eind der aard
bij alle volken bekend is en vermaard".

Het hofkwartier werd meer en meer ingesloten door stedelijke bebouwing.
Den Haag was niet langer een dorp bij een kasteel: het door de Oranjes bewoonde kasteel lag nu binnen een stad in opkomst. Wat Delft en andere Hollandse Steden al eeuwen vreesden werd nu langzaamerhand werkelijkheid. Zij werden overschaduwd door Den Haag en vanuit die stad werden zij ook daadwerkelijk bestuurd door de Staten en de Stadhouders van Oranje.

Stadhouders waren er ook voor de onafhankelijkheidsstrijd al geweest. Voor hen was de "Soeverein" de Spaanse Koning geweest. Na de onafhankelijkheidsverklaring was de "soeverein" in de Nederlanden geen persoon (koning, keizer) meer, maar waren het de Gewestelijke Staten voor het stadhouderschap en de Staten-Generaal.

De Oranjes dankten hun stadhouderschap en hun bevelhebberschap over leger en vloot aan de "soeverein" (Gewestelijke Staten voor het stadhouderschap en de Staten-Generaal.). Zij waren letterlijk 'stedehouder', dat wil zeggen plaatsvervanger van de "soeverein", en konen derhalve slechts uit naam van de "soeverein" spreken en  niet als "soeverein".

Zij moesten bij de aanvaarding van het stadhouderschap een eed van trouw aan de "soeverein" zweren.

Niet de stadhouder was dus in de Nederlanden de baas, maar de Staten en voor zaken van de Unie de Staten-Generaal. De Verenigde Staten van Amerika zouden na hun oprichting de machtsstructuur van de Nederlanden vrijwel letterlijk kopieëren bij het schrijven van hun eigen grondwet. Het is niet voor niets dat stemmen in de Amerikaanse Senaat en het Congres tot op de dag van vandaag in het (oud) Nederlands worden uitgebracht.

Frederik Hendrik heeft het einde van de Opstand niet mee gemaakt. Al heeft het niet veel gescheeld en moet de uitkomst van de strijd al duidelijk zijn geweest. Frederik Hendrik stierf in 1647, één jaar voor het eind van de oorlog. Hij werd opgevolgd door Willem II. Deze regeerde echter maar kort. Hij stierf al in 1650.

Na de dood van Willem II in 1650 werd deze niet direct opgevolgd door zijn zoon. De Staten vertraagden de opvolging van de Stadhouder. Op zich was dit niet zo gek, want Willem III, de zoon van Mary Stuart en Willem II werd pas een week na de dood van zijn vader geboren. Nu bleek wel dat het monarchale karakter van het stadhouderlijke hof niet meer dan schijn was.

Nu werd goed duidelijk hoezeer de 'erf opvolging' binnen de Oranje dynastie van de gunst van de Staten afhing. Pas in 1672 werd Willem III tot Stadhouder benoemd. Tussen 1650 en 1672 was er geen "Oranje" Stadhouder.

Den Haag was een hofstad, maar geen academiestad. Er werd gedrukt en uitgegeven, maar niet in de zelfde mate en van eenzelfde wetenschappelijk kaliber als in Leiden en Amsterdam.

Den Haag was ook geen echte handelsstad, al ontbraken handel en nijverheid er niet EN het was geen doorgangsstad. Voor de Hollanders lag Den Haag wellicht centraal, voor reizigers van elders lag het in een uithoek, terzijde van alle belangrijke havens en handelswegen. Dat heeft een grote rol gespeeld bij de ontwikkeling van de Stad.

In feite werden de Noordelijke Nederlanden ook in de 17e eeuw al gekenmerkt door het geografisch versnipperde aanbod aan voorzieningen dat ook anno 2000/2008 nog zo typerend/uniek is voor de Randstad. Elke stad voelde zich er machtig en wilde dat ook graag zijn. Den Haag was een oase van rust waar voorname lieden door statige lanen reden (koets) of wandelden.

Den Haag had veel profijt van de in het begin van de eeuw aangelegde Verdedigingsgrachten. Binnen deze grachten werden in rap tempo meerdere grachten (havens) aangelegd en langs dat water ontstonden nieuwe woonwijken.

De Veerkaden, de Paviljoensgracht en de Warmoesgracht (Nu: Gedempte gracht). Dankzij deze nieuwe grachten bloeide de handel in Den Haag weer op. De rampspoed (begin 80 jarige oorlog) uit de vorige eeuw was bijna vergeten. Ook in Den Haag was nu sprake van een gouden eeuw.

Gouden Eeuw

Hoofdstad / Republiek