Na de dood van Maria van Bourgondië in
1482 besloten de Staten-Generaal te Brussel dat ze eigenlijk niet verder wilden met
Maximiliaan van Habsburg. Zijn beleid was destructief voor de economische groei van het
Bourgondische rijk (waar Holland deel van uitmaakte).
In 1494 schoven de Staten-Generaal Philips
de Schone, zoon van Maria van Bourgondië naar voren als hun nieuwe vorst. Maximiliaan
ging accoord op voorwaarde dat hij zou huwen met een Johanna van Aragon, dochter van
Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilië (twee Spaanse Koninkrijken). Isabella
maakte zelf eigenlijk geen kans op de Spaanse tronen. Ze had een oudere broer en zuster.
Deze twee stierven echter jong en vanaf dat moment waren Johanna en Philips de Schone
troonopvolgers van zowel Castilië als Aragon.
In 1506 overleed Philips. Zijn zoon Karel V
erfde de rechten op het Bourgondische rijk (en dus Holland) en de troon van Aragon en
Castilië. Bovendien werd hij Keizer van het Groot Duitse Rijk (Rooms-Keizer). Hij
bestuurde de Nederlanden, Spanje, een groot deel van Italië, Oostenrijk en grote gebieden
in Zuid- en Midden Amerika, de Nieuwe Wereld.
Tijdens de heerschappij van Karel (V)
gingen de oorlogen (met Frankrijk en het Osmaanse [Turkse] Rijk) door. Hoewel Karel veel
rijkdommen uit Zuid- en Midden Amerika liet overkomen, moesten deze oorlogen toch
grotendeels door de burgers van de rijke Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden worden
betaald (belastingen). Iets wat toch steeds meer ontevredenheid begon op te wekken.
Den Haag was een bijna vergeten uithoek van
het Rijk. Het lag niet aan een rivier, of belangrijke handelsroute. Toch waren er veel
edelen gaan wonen, die prachtige huizen lieten bouwen in de omgeving van het Binnenhof.
In 1517 beschreef de Italiaan Antonio de
Beatis Den haag als één v/d mooiste plaatsen ter wereld, een dorp dat zich kon meten met
elke grote en mooie Europese stad. Het ontbreken van stadsmuren zorgde er echter voor dat
de 16e eeuw een rampzalige eeuw voor Den Haag zou worden. Bijna had de stad het einde van
die eeuw niet eens meer beleefd.
In 1520 was in Duitsland het Protestantisme
ontstaan. Er waren wel vaker scheuringen geweest binnen de Katholieke Kerk. De kerk had
deze altijd weten te neutraliseren. Hetzij door de afvalligen opnieuw te bekeren, hetzij
door ze massaal af te slachten. In Katholiek Europa zijn in de vroege Middeleeuwen
honderdduizenden mensen vermoord die twijfelden aan de waarheid van de Katholieke leer. In
1520 was het de Duitser Maarten Luther die radicaal brak met de Rooms-Katholieke kerk.
Normaal gesproken was hij onmiddellijk ter dood gebracht, maar Maarten Luther had enkele
invloedrijke vrienden. Enkele Duitse vorsten bekeerden zich tot het Protestantisme en
beschermden Maarten Luther tegen zijn aanvallers. Er volgde een bloedige oorlog die duurde
tot 1555. De Katholieke legers hadden geen overwinning kunnen behalen.
In Augsburg werd besloten dat Protestantisme (alleen) was toegestaan in die
vorstendommen waar de vorst zelf was bekeerd tot dat geloof. Dit was natuurlijk een grote
overwinning voor Maarten Luther en de zijnen. Het Protestantisme was nu vlak bij de
(Katholieke) Noordelijke Nederlanden toegestaan. Predikanten kwamen vanuit de
Protestante Duitse Vorstendommen regelmatig de grenzen over om hier hun versie van het
geloof te verkondigen.
Lutheranen hebben hier echter nooit een
stevige voet aan de grond gekregen. In Antwerpen mochten handelaren uit de Duitse
Vorstendommen wel komen, mits zij zich niet met Godsdienstige zaken bezig hielden. Den
Haag -ver van de Duitse Vorstendommen- bleef een Katholieke stad. Dat gold ook voor
belangrijke steden zoals Amsterdam, Utrecht, Delft en Leiden.
In de stad Münster (Duitsland) kwam een
geheel andere beweging van de grond. Daar werd het Koninkrijk der "Wederdopers"
[Externe Link]
uitgeroepen. Een Nederlander (Jan van Leiden) werd tot Koning gekroond. Veel mensen uit de
lage landen waren naar deze stad toe getrokken om zich bij zijn beweging aan te sluiten.
Ook in Amsterdam kwamen de Wederdopers bijna aan de macht. Münster werd belegerd en veel
mensen die zich er op dat moment bevonden vonden de dood.
Daarmee stierf de beweging echter niet uit.
Vanaf 1523 begon in de Nederlanden een
vervolging van de Protestanten ("Ketters" zoals de Katholieken ze noemden). In
1528 breidde Karel V zijn macht uit. Hij voegde Utrecht, Overijssel en Drenthe aan zijn
rijk toe. Ook Gelre moest onderdeel worden van Karel's rijk .
Gelre was echter veel groter dan het
huidige Gelderland. Hoofdstad was "Gelre", dat in het tegenwoordige Duitsland
ligt. De veldheer van Gelre Maarten van Rossum gaf zich niet zomaar gewonnen. Na een
(gewonnen) veldslag in de buurt van Den Haag, trokken de Gelderse legers plunderend het
dorp in. Hierbij ging een groot deel van de houten huisjes in vlammen op. Gelre werd pas
in 1543 door Karel V veroverd. Tevens werd het Graafschap Lingen aan 'de Nederlanden'
(Nederland, België en Luxemburg) toegevoegd.
Karel V heeft nog geprobeerd om ook
Oost-Friesland en Münster te veroveren, maar dat is hem niet gelukt.
In Den Haag (en andere "provincie
hoofdsteden") stelde Karel een drietal raden in.
De Raad van State, die bestond uit edelen en juristen (Politiek Beleid), de Geheime
Raad, met daarin goed geschoolde juristen (algemene regelgeving en rechtspraak) en de Raad
van Financiën. In 1549 liet Karel alle bestuurders van de provinciën beloven dat zij de
troonopvolger, Philips II, later zouden aanvaarden als hun vorst. Zo geschiedde en Philips
begon kort daarop een rondreis door de Nederlanden. Hij bracht onder meer een bezoek aan
Brugge, Antwerpen, Breda, Den Bosch, Dordrecht, Haarlem, Amsterdam en, jawel, het dorp Den
Haag.
De kroonprins ging eveneens naar Utrecht, Kampen en Zwolle.
De Kroonprins was sober opgevoed door zijn
vader. Hij keek zijn ogen uit in de rijke steden van Holland. De steden (en het dorp Den
Haag) haalden alles uit de kast om de prins te imponeren. Ze beseften niet dat hij op die
manier het idee kreeg dat er nog wel meer belasting betaald kon worden.
In 1555 droeg Keizer Karel de regering over
de Nederlanden over aan zijn zoon, Philips II.
De aanloop
naar de Opstand: 1555-1566 AD