Den Haag
Hoofdstad van Zuid Holland
Regeringsstad en Residentie

van Nederland

Online sinds 1998

 

Mauritishuis

English Deutsch

Alfabetische Index Nieuw op deze site Rondleidingen Rondvaarten Uitgaan in Den Haag Links


De Geschiedenis van Den Haag

De 1e helft van de 15e eeuw: 1400-1436 AD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kasteel Teylingen
Teylingen

 

De "Beierse" Graaf Albrecht regeerde vanaf 1358 tot 1404. Hij was een machtig man die veel betekende voor Holland. Amsterdam kreeg stadsrechten, Noordwijk raakte ze kwijt. Delft werd op de knieën gedwongen en haar stadsmuren dienden te worden gesloopt. Belangrijke adelijke families zoals de familie van Brederode moesten toezien -doordat ze de verkeerde zijde kozen in de zich voortslepende burgeroorlog- hoe hun kastelen verwoest werden.

Op de plaats waar het Kasteel van de heren van Brederode had gestaan, te Santpoort verrees al snel een nieuw kasteel. Het stadskasteel van Brederode in Die Haghe werd niet meer opgebouwd, er voor in de plaats kwam het Haagse Dorpshuis, de voorloper van het  oude Raadhuis aan de Groenmarkt. Tegelijkertijd werd de houten St. Jacobs kerk vervangen door een veel groter exemplaar van steen (bouw 1395 tot 1440). Oorspronkelijk was men begonnen aan een kerk van niet al te grote afmetingen, maar na een brand in 1402, begon men opnieuw en ontstond de St Jacobs (Grote) kerk zoals we die nu kennen (hoewel er nog meer branden volgden). De bijzondere toren is gebouwd in 1423. Als ik de toren bekijk (het is nog steeds een markant punt in de stad) vind ik dat het altijd moeilijk voor te stellen dat deze toren al bijna 600 jaar oud is. Niet vanwege de staat waarin hij verkeerd, want hij is regelmatig gerestaureerd, maar vanwege de stijl, die helemaal niet middeleeuws aan doet.

Rond de Grote kerk werden in het begin van de 15e eeuw de straten en pleinen betegeld.
Hier werden wekelijks diverse markten gehouden. De naam van het plein "Visbanken", naast de Schoolstraat, herinnerd hier nog aan, even als "Dagelijkse Groenmarkt". De "Grote Markt" aan het eind van de Schoolstraat is veel jonger. Deze lag vanaf 1640 aan het eind van de Nieuwe Princengracht (Prinsegracht). 

De Venestraat en Hoogstraat werden in de 14e eeuw winkelstraten. Hier was natuurlijk geen sprake van de kledingboetieks die we er tegenwoordig aantreffen, maar wel van slagers, bakkers en andere "kleine zelfstandigen". Andere bedrijven en winkels vestigden zich aan de kades langs de eerste stadsgracht (Spui). Schepen vanuit Delft konden via de Vliet en het Spui de binnenstad bereiken. Het water van de Hofvijver, het stroomde via de hofgrachten naar het Spui toe.
Naast het Spui ontstond ook de Voldersgracht. In die buurt ontstond een klein industriewijkje dat te maken had met de "Laken" productie. Laken (dungeweven wollen stof) werd vooral geproduceerd in Leiden. Dat nu ook in het kleine dorp bij het kasteel Lakenproducenten verschenen vond men in Leiden niet geweldig. Het had echter nog te maken met het besluit van Albrecht dat inwoners van Die Haghe geen tol hoefden te betalen wanneer zij over de Hollandse rivieren en kanalen voeren. Dit maakte het aantrekkelijk voor veel mensen om zich in het dorp in de duinen te vestigen.

Toen graaf Albrecht overleed in 1404 werd zijn lichaam bijgezet in de Hofkapel op het Binnenhof. Deze kapel is tijdens een brand in de 17e eeuw helaas verloren gegaan. Het grenste, zoals de meeste gebouwen in die tijd, aan de Hofvijver.

Graaf Albrecht had de bebouwing op het Binnenhof nog meer uitgebreid dan zijn broer, Willem (V). De weduwe van Willem, Gravin Mathilda, had haar man lang overleefd en bleef op het Binnenhof wonen in het kleine paleisje aan de Hofvijver. Voor de echtgenote van Albrecht waren derhalve andere vertrekken gebouwd. Toen Albrecht later hertrouwde trok de eerste vrouw in de vertrekken van Gravin Mathilda (nu bekend als Lairessezaal).
De muren rond het gehele complex waren nu breder en hoger dan ooit. Hiervoor waren stenen gebruikt die afkomstig waren van de Delftse verdedigingswerken. Delft had immers verkeerd gekozen in de Hoekse en Kabeljauwse twisten (zijde van de Hoeken).

In 1404 kwam Albrecht te overlijden, hij werd opgevolgd door zijn zoon Willem VI, ondanks diens aandeel in de moord op Aleid van Poelgeest (1392).

Willem VI  bleef Graaf van Holland tot 1417. Zijn oudste dochter, Jacoba (van Beieren), werd nog tijdens het leven van Albrecht geboren op het Binnenhof. Toen Graaf Willem VI in 1417 overleed was Jacoba 16. Het was in Holland mogelijk om voor dochters om de vader op te volgen, dus werd Jacoba Gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen.

Haar neef, Philips van Bourgondië, wist het voor elkaar te krijgen dat de jonge Gravin trouwde met Jan van Brabant. Door dit huwelijk ontstond een hecht verbond tussen Brabant, Holland, Henegouwen en Bourgondië. Dit waren in feite de machtigste staten van west Europa en dit bondgenootschap vond dan ook geen genade in de ogen van de Keizer van het Rooms-Duitse Rijk, Sigmund. Deze keizer wenste dan ook dat Jacoba van de Beieren werd afgezet en steunde een oom van Jacoba (Jan van Beieren, bisschop van Luik) bij diens pogingen daartoe. De oude burgeroorlog (Hoekse en Kabeljauwse twisten) laaide ogenblikkelijk weer op. Waren de Hoeken in het verleden de tegenstanders van de Graaf geweest, nu steunde deze partij Jacoba en waren de Kabeljauwse Steden (waaronder Haarlem) en Edelen tegen haar. Jacoba moest toezien hoe de strijdende partijen haar land verdeelden (Jan van Beieren kreeg Holland en Zeeland, Bourgondië werd de baas in Henegouwen). Jacoba zocht steun bij haar echtgenoot uit Brabant, maar deze gaf tot haar ontzetting niet thuis. Hij wenste zich niet in deze strijd te mengen. Een huwelijk om land te verkrijgen had hij prima gevonden, dit land met geweld verdedigen zag hij niet zitten.
Jacoba werd door haar oom Jan onterft en vluchtte naar Engeland. Ze trouwde daar met de broer van de Engelse Koning Hendrik V.

Engeland was in oorlog met Frankrijk (de periode van Joanne D'arc), waar het grote stukken land verloor. Het had wel interesse in Holland en men hoopte door dit huwelijk toch zeggenschap te krijgen over het steeds rijker wordende Graafschap. In 1425 veroverden de Engelse legers van Jacoba en haar man Henegouwen. De Hollandse Graaf Jan kwam hierbij om het leven. Het was nu mogelijk om Holland te veroveren, maar in het heetst van de strijd gebeurde er vreemde dingen.
De Engelse echtgenoot van Jacoba werd verliefd op één van haar hofdames en vertrok weer naar Engeland.  Jacoba stom verbaasd achterlatend. Haar legers verlieten haar toen ook en Jacoba merkte toen dat ze  vrij letterlijk "helemaal alleen" een stad aan het aanvallen was. Dit klinkt komisch en dat zal het voor de in het nauw gedreven legers van Philips van Bourgondië ook geweest zijn, maar voor Jacoba was het natuurlijk een drama. Ze stond op het punt een verpletterende overwinning te behalen en plotseling verdwijnt haar man met een nieuwe vriendin terwijl hij het grootste gedeelte van de soldaten mee neemt. Philips van Bourgondië opende de stadspoort en nam Jacoba vrij eenvoudig gevangen. Ze werd opgesloten in het kasteel van Gent. Nu was Hugo de Groot al eens ontsnapt uit een kasteel (Muiderslot) terwijl hij in een boekenkist zat, Jacoba deed het zo mogelijk even spectaculair. Ze verkleedde zich als man en wandelde vrolijk de poort weer uit (echt waar!)

Aangezien Graaf Jan van Holland dood was vluchtte ze naar Holland in de hoop op steun van de steden en Edelen. Daarin vergiste ze zich. De steden keerden zich tegen haar.
Ook het dorp Die Haghe was haar niet vriendelijk gezind. Dit was de eerste keer dat het bestuur van het Dorp zich keerde tegen een -voormalige- bewoner van het Binnenhof. Dit moet in die tijd een grote schok geweest zijn. Het was Jacoba's grootvader geweest die het stadsbestuur meer macht had gegeven. Nu keerde dit bestuur (met andere bestuurders) zich tegen Jacoba. Aanhangers van Jacoba belegerden Haarlem. De stad werd beschoten (met kanonnen) en viel bijna in haar handen. Philips van Bourgondië liet het echter niet zover komen. Hij stuurde een leger naar Haarlem toe om de stad te ontzetten (1426). Jacoba moest wederom toe zien hoe haar leger uit elkaar viel, zonder dat er slag werd geleverd. Er restte haar nu niets anders dan (in Delft) een voor haar ongunstig verdrag te tekenen met haar neef uit Bourgondië. Ze bleef Gravin van Holland en Zeeland, maar had in feite alle macht overgedragen aan Philips. Door dit verdrag zou Holland later in handen vallen van de Spaanse Keizer. In 1432 trouwde Jacoba van Beieren in het geheim met Frank van Borsselen. Dit is een verre voorvader van de huidige Koninklijke Familie (Oranje Nassau).

Toen Philips van Bourgondië in 1433 hoorde dat Jacoba getrouwd was, begreep hij dat het risico bestond dat er kinderen geboren konden worden. Deze zouden dan aanspraak kunnen gaan maken op de Graafschappen. Philips liet Frank van Borsselen arresteren en nam ook de Grafelijke titels van Jacoba af.
Ze werd verbannen naar Kasteel Teylingen bij Sassenheim en stief daar in 1436.

In 1433 was Holland een onderdeel van Bourgondië. De nieuwe eigenaar van het Binnenhof was Philips van Bourgondië (Philips de Goede). Er brak een nieuwe tijd aan voor Die Haghe. De toekomst was weer helemaal anders. Niet langer was het het  centrum van de macht, dat lag immers in het oude Bourgondië. Holland was nu niet zelfstandig meer. Holland werd een provincie en Die Haghe werd een -ongewoon- provinciaal dorp, waar alleen provinciebestuurders verbleven. Ongeveer 200 jaar na de bouw van het "Keizerlijke" paleis en de bloeitijd onder Floris V en de Beierse Graven zag de toekomst van het Binnenhof er echter somber uit. De Ridderzaal begon letterlijk scheuren te vertonen en werd een bouwval waar -onder andere- paarden in werden gestald.

In Den Haag zelf ging het economisch vrij goed.

In 1421 had een storm (St. Elisabeth vloed genoemd) 27 Hollandse en Zeeuwse steden verwoest. Den Haag bleef echter droog. In een tijd van snelle economische groei voor heel Holland was dit een enorme economische meevaller voor het Dorp. Andere steden en dorpen moesten veel geld uittrekken voor herstelwerkzaamheden. Den Haag kon het geld aan andere zaken uitgeven, zoals de opbouw van een -voor die tijd- modern industriegebiedje bij het Spui.

2e helft 15e eeuw