De "Beierse" Graaf Albrecht
regeerde vanaf 1358 tot 1404. Hij was een machtig man die veel betekende voor Holland.
Amsterdam kreeg stadsrechten, Noordwijk raakte ze kwijt. Delft werd op de knieën
gedwongen en haar stadsmuren dienden te worden gesloopt. Belangrijke adelijke families
zoals de familie van Brederode moesten toezien -doordat ze de verkeerde zijde kozen in de
zich voortslepende burgeroorlog- hoe hun kastelen verwoest werden.
Op de plaats waar het Kasteel van de heren
van Brederode had gestaan, te Santpoort verrees al snel een nieuw kasteel. Het
stadskasteel van Brederode in Die Haghe werd niet meer opgebouwd, er voor in de plaats
kwam het Haagse Dorpshuis, de voorloper van het oude Raadhuis
aan de Groenmarkt. Tegelijkertijd werd de houten St. Jacobs kerk vervangen door een veel groter exemplaar van steen (bouw 1395 tot 1440). Oorspronkelijk
was men begonnen aan een kerk van niet al te grote afmetingen, maar na een brand in 1402,
begon men opnieuw en ontstond de St Jacobs (Grote) kerk zoals we die nu kennen (hoewel er
nog meer branden volgden). De bijzondere toren is gebouwd in 1423. Als ik de toren bekijk
(het is nog steeds een markant punt in de stad) vind ik dat het altijd moeilijk voor te
stellen dat deze toren al bijna 600 jaar oud is. Niet vanwege de staat waarin hij
verkeerd, want hij is regelmatig gerestaureerd, maar vanwege de stijl, die helemaal niet
middeleeuws aan doet.
Rond de Grote kerk werden in het begin van
de 15e eeuw de straten en pleinen betegeld.
Hier werden wekelijks diverse markten gehouden. De naam van het plein
"Visbanken", naast de Schoolstraat, herinnerd hier nog aan, even als
"Dagelijkse Groenmarkt". De "Grote Markt" aan het eind van de
Schoolstraat is veel jonger. Deze lag vanaf 1640 aan het eind van de Nieuwe Princengracht
(Prinsegracht).
De Venestraat en Hoogstraat werden in de 14e eeuw winkelstraten. Hier was natuurlijk geen
sprake van de kledingboetieks die we er tegenwoordig aantreffen, maar wel van slagers,
bakkers en andere "kleine zelfstandigen". Andere bedrijven en winkels vestigden
zich aan de kades langs de eerste stadsgracht (Spui). Schepen
vanuit Delft konden via de Vliet en het Spui de binnenstad bereiken. Het water van de
Hofvijver, het stroomde via de hofgrachten naar het Spui toe.
Naast het Spui ontstond ook de Voldersgracht. In die buurt ontstond een klein
industriewijkje dat te maken had met de "Laken" productie. Laken (dungeweven
wollen stof) werd vooral geproduceerd in Leiden. Dat nu ook in het kleine dorp bij het
kasteel Lakenproducenten verschenen vond men in Leiden niet geweldig. Het had echter nog
te maken met het besluit van Albrecht dat inwoners van Die Haghe geen tol hoefden te
betalen wanneer zij over de Hollandse rivieren en kanalen voeren. Dit maakte het
aantrekkelijk voor veel mensen om zich in het dorp in de duinen te vestigen.
Toen graaf Albrecht overleed in 1404 werd
zijn lichaam bijgezet in de Hofkapel op het Binnenhof. Deze
kapel is tijdens een brand in de 17e eeuw helaas verloren gegaan. Het grenste, zoals de
meeste gebouwen in die tijd, aan de Hofvijver.
Graaf Albrecht had de bebouwing op het
Binnenhof nog meer uitgebreid dan zijn broer, Willem (V). De weduwe van Willem, Gravin
Mathilda, had haar man lang overleefd en bleef op het Binnenhof wonen in het kleine
paleisje aan de Hofvijver. Voor de echtgenote van Albrecht waren derhalve andere
vertrekken gebouwd. Toen Albrecht later hertrouwde trok de eerste vrouw in de vertrekken
van Gravin Mathilda (nu bekend als Lairessezaal).
De muren rond het gehele complex waren nu breder en hoger dan ooit. Hiervoor waren stenen
gebruikt die afkomstig waren van de Delftse verdedigingswerken. Delft had immers verkeerd
gekozen in de Hoekse en Kabeljauwse twisten (zijde van de Hoeken).
In 1404 kwam Albrecht te overlijden, hij
werd opgevolgd door zijn zoon Willem VI, ondanks diens aandeel in de moord op Aleid van
Poelgeest (1392).
Willem VI bleef Graaf van Holland tot
1417. Zijn oudste dochter, Jacoba (van Beieren), werd nog tijdens het leven van Albrecht
geboren op het Binnenhof. Toen Graaf Willem VI in 1417 overleed was Jacoba 16. Het was in
Holland mogelijk om voor dochters om de vader op te volgen, dus werd Jacoba Gravin van
Holland, Zeeland en Henegouwen.
Haar neef, Philips van Bourgondië, wist
het voor elkaar te krijgen dat de jonge Gravin trouwde met Jan van Brabant. Door dit
huwelijk ontstond een hecht verbond tussen Brabant, Holland, Henegouwen en Bourgondië.
Dit waren in feite de machtigste staten van west Europa en dit bondgenootschap vond dan
ook geen genade in de ogen van de Keizer van het Rooms-Duitse Rijk, Sigmund. Deze keizer
wenste dan ook dat Jacoba van de Beieren werd afgezet en steunde een oom van Jacoba (Jan
van Beieren, bisschop van Luik) bij diens pogingen daartoe. De oude burgeroorlog (Hoekse
en Kabeljauwse twisten) laaide ogenblikkelijk weer op. Waren de Hoeken in het verleden de
tegenstanders van de Graaf geweest, nu steunde deze partij Jacoba en waren de Kabeljauwse
Steden (waaronder Haarlem) en Edelen tegen haar. Jacoba moest toezien hoe de strijdende
partijen haar land verdeelden (Jan van Beieren kreeg Holland en Zeeland, Bourgondië werd
de baas in Henegouwen). Jacoba zocht steun bij haar echtgenoot uit Brabant, maar deze gaf
tot haar ontzetting niet thuis. Hij wenste zich niet in deze strijd te mengen. Een
huwelijk om land te verkrijgen had hij prima gevonden, dit land met geweld verdedigen zag
hij niet zitten.
Jacoba werd door haar oom Jan onterft en vluchtte naar Engeland. Ze trouwde daar met de
broer van de Engelse Koning Hendrik V.
Engeland was in oorlog met Frankrijk (de
periode van Joanne D'arc), waar het grote stukken land verloor. Het had wel interesse in
Holland en men hoopte door dit huwelijk toch zeggenschap te krijgen over het steeds rijker
wordende Graafschap. In 1425 veroverden de Engelse legers van Jacoba en haar man
Henegouwen. De Hollandse Graaf Jan kwam hierbij om het leven. Het was nu mogelijk om
Holland te veroveren, maar in het heetst van de strijd gebeurde er vreemde dingen.
De Engelse echtgenoot van Jacoba werd verliefd op één van haar hofdames en vertrok weer
naar Engeland. Jacoba stom verbaasd achterlatend. Haar legers verlieten haar toen
ook en Jacoba merkte toen dat ze vrij letterlijk "helemaal alleen" een
stad aan het aanvallen was. Dit klinkt komisch en dat zal het voor de in het nauw gedreven
legers van Philips van Bourgondië ook geweest zijn, maar voor Jacoba was het natuurlijk
een drama. Ze stond op het punt een verpletterende overwinning te behalen en plotseling
verdwijnt haar man met een nieuwe vriendin terwijl hij het grootste gedeelte van de
soldaten mee neemt. Philips van Bourgondië opende de stadspoort en nam Jacoba vrij
eenvoudig gevangen. Ze werd opgesloten in het kasteel van Gent. Nu was Hugo de Groot al
eens ontsnapt uit een kasteel (Muiderslot) terwijl hij in een boekenkist zat, Jacoba deed
het zo mogelijk even spectaculair. Ze verkleedde zich als man en wandelde vrolijk de poort
weer uit (echt waar!)
Aangezien Graaf Jan van Holland dood was
vluchtte ze naar Holland in de hoop op steun van de steden en Edelen. Daarin vergiste ze
zich. De steden keerden zich tegen haar.
Ook het dorp Die Haghe was haar niet vriendelijk gezind. Dit was de eerste keer dat het
bestuur van het Dorp zich keerde tegen een -voormalige- bewoner van het Binnenhof. Dit moet in die tijd een grote schok geweest zijn. Het
was Jacoba's grootvader geweest die het stadsbestuur meer macht had gegeven. Nu keerde dit
bestuur (met andere bestuurders) zich tegen Jacoba. Aanhangers van Jacoba belegerden
Haarlem. De stad werd beschoten (met kanonnen) en viel bijna in haar handen. Philips van
Bourgondië liet het echter niet zover komen. Hij stuurde een leger naar Haarlem toe om de
stad te ontzetten (1426). Jacoba moest wederom toe zien hoe haar leger uit elkaar viel,
zonder dat er slag werd geleverd. Er restte haar nu niets anders dan (in Delft) een voor
haar ongunstig verdrag te tekenen met haar neef uit Bourgondië. Ze bleef Gravin van
Holland en Zeeland, maar had in feite alle macht overgedragen aan Philips. Door dit
verdrag zou Holland later in handen vallen van de Spaanse Keizer. In 1432 trouwde Jacoba
van Beieren in het geheim met Frank van Borsselen. Dit is een verre voorvader van de
huidige Koninklijke Familie (Oranje Nassau).
Toen Philips van Bourgondië in 1433 hoorde dat Jacoba getrouwd was, begreep hij dat het
risico bestond dat er kinderen geboren konden worden. Deze zouden dan aanspraak kunnen
gaan maken op de Graafschappen. Philips liet Frank van Borsselen arresteren en nam ook de
Grafelijke titels van Jacoba af.
Ze werd verbannen naar Kasteel Teylingen bij Sassenheim en stief
daar in 1436.
In 1433 was Holland een onderdeel van Bourgondië. De nieuwe eigenaar van het Binnenhof was Philips van Bourgondië (Philips de Goede). Er brak
een nieuwe tijd aan voor Die Haghe. De toekomst was weer helemaal anders. Niet langer was
het het centrum van de macht, dat lag immers in het oude Bourgondië. Holland was nu
niet zelfstandig meer. Holland werd een provincie en Die Haghe werd een -ongewoon-
provinciaal dorp, waar alleen provinciebestuurders verbleven. Ongeveer 200 jaar na de bouw
van het "Keizerlijke" paleis en de bloeitijd onder Floris V en de Beierse Graven
zag de toekomst van het Binnenhof er echter somber uit. De Ridderzaal begon letterlijk scheuren te vertonen en werd een bouwval
waar -onder andere- paarden in werden gestald.
In Den Haag zelf ging het economisch vrij
goed.
In 1421 had een storm (St. Elisabeth vloed
genoemd) 27 Hollandse en Zeeuwse steden verwoest. Den Haag bleef echter droog. In een tijd
van snelle economische groei voor heel Holland was dit een enorme economische meevaller
voor het Dorp. Andere steden en dorpen moesten veel geld uittrekken voor
herstelwerkzaamheden. Den Haag kon het geld aan andere zaken uitgeven, zoals de opbouw van
een -voor die tijd- modern industriegebiedje bij het Spui.
2e helft 15e
eeuw