Zoals geschreven op de vorige pagina, bevond Holland zich vanaf de jaren '50 van de 14e
eeuw in een burgeroorlog. Edelen en steden stonden lijnrecht tegenover elkaar. Één
partij (de Hoeksen) steunde de Margriet, de zus van Graaf Willem IV, die vond dat haar
zoon nog te jong was om te regeren. De tegenpartij (de Kabeljauwen) steunde de zoon,
Willem V, die inderdaad nog erg jong was (nog geen 10).
In feite ging de strijd niet om Willem of
zijn moeder. Het ging hier om macht. De twee kampen hoopten voordeel te halen uit een
eventuele overwinning van hun partij. Steden hoopten rechten (op de handel in bier of
lakens bijvoorbeeld) die in het verleden aan andere steden waren verleend te kunnen
overnemen en de edelen hoopten vanzelfsprekend eveneens op macht en rijkdom.
In 1356 gaf Margriet de strijd definitief
op. Daarmee hadden de kabeljauwen de strijd, voorlopig, gewonnen. De situatie was in
het 14e & 15e eeuwse Holland echter net zoals tegenwoordig op de Balkan. Men vergat
niets en generaties later kon de strijd plotseling weer oplaaien. Dat zou ook gebeuren,
met verstrekkende gevolgen.
In 1351 was Willem V officieel Graaf van
Holland, Zeeland en Henegouwen geworden. Hij was toen naar onze maatstaven nog steeds vrij
jong, maar in het 14e eeuwse Holland was je op 12 jarige leeftijd al meerderjarig. In 1356
trouwde Willem V met Mathilda van Lancester, een volle nicht van de Engelse Koning Edward
III.
Willem V was vaker in Die Haghe dan zijn
voorgangers uit Henegouwen. Hij zag echter niet zoveel in een grote zaal (Ridderzaal) om
in te wonen. Hij liet daarom veel verbouwen tegen de Ridderzaal
aanbouwen. Aan de Hofvijver (op het Binnenhofterrein) werd een
aparte woning gebouwd voor de Gravin, Mathilda van Lancester. De Lairesse zaal -die nog
altijd bestaat- was daar een onderdeel van. Tussen deze woning en de Ridderzaal kwam een
overdekte "doorgang" van hout, zodat de Gravin het terrein ook bij regen kon
oversteken zonder nat te worden. Mathilda bleef ook na de dood van haar man nog lang aan
de Hofvijver wonen.
Willem V zorgde er ook voor dat er een
eenvoudige stenen muur om het hele complex heen gebouwd werd. Het Paleis ging nu veel meer
op een echt kasteel lijken. Van eenvoudige Hoeve naar Paleis naar Kasteel in minder dan
150 jaar. Op het kasteel woonden en werkten ten tijde van Willem V meer dan 100 personen
in dienst van de Graaf. Dit waren vooral ambtenaren, bedienden en bijvoorbeeld
keukenpersoneel. Daarnaast waren er natuurlijk ook veel soldaten. Dienstplicht bestond nog
niet, er was sprake van huurlingen.
Op de plaats waar tegenwoordig de Stadhouders- en Mauritspoort staan, werden toegangs- poorten gebouwd. De voorloper
van de Stadhouderspoort gaf vanaf het Buitenhof toegang tot het Binnenhof en de poort aan
de achterzijde stond op de grens van Binnenhof en moestuin (Veel later kwam daar het
beroemde Plein). De Gevangenpoort
bestond al enige jaren.
Was een paleis in het bos nog bijzonder
geweest, een kasteel in het bos was dat zeker niet. De omvang van de Ridderzaal en de
daaromheen gebouwde muren, torens en poorten waren echter veel indrukwekkender dan
bijvoorbeeld het Muiderslot, Kasteel Brederode of de Leidense Burcht. Op de hoek van de
Hofvijver en de Plaats stond een prachtig kasteel van de Heren van Egmond en bij de St.
Jacobs kerk lag een stadskasteel van de Heren van Brederode. Ook de Heren van Wassenaar
hadden een stadskasteel in de buurt van het Binnenhof en niet ver van al deze kastelen
lagen kasteel Binckhorst en kasteel Ternoot. Ook al deze kastelen bezaten muren en torens.
Op deze torens wapperden de vlaggen van de families die ze bewoonden. U kunt zich
voorstellen dat het dorp Haagambacht in het niet viel tussen al deze bouwwerken. Bezoekers
uit andere steden en landen moeten hun ogen uit hebben gekeken in Die Haghe.
Van al de genoemde kastelen is niet veel
meer over. Op de plaats van het Haagse kasteel Egmond staat nu een -eveneens bijzonder-
pand dat tot 1998 hoofdkantoor van de ABN-Amro was. Op de plaats van kasteel Brederode
staat het Haagse Stadhuis uit de 16e eeuw (en de uitbreiding
uit de 18e eeuw, alsmede het winkelcentrum "De Snoeptrommel".
Aan kasteel Ternoot worden we nog herinnerd doordat de bijzondere tramhalte op die locatie
(viaduct) dezelfde naam draagt. Kasteel Binckhorst bestaat nog,
maar is in de 17e eeuw sterk verbouwd. Het ligt nu verscholen tussen moderne
kantoorgebouwen.
De tegen de Ridderzaal aangebouwde
uitbreidingen hebben tot ongeveer 1850 bestaan. Toen zijn deze (onder luid protest van de
geschiedkundigen en de lokale bevolking) afgebroken, omdat men de Ridderzaal in de
oorspronkelijke staat (uit de tijd van Floris V) wilde terugbrengen.
Terug naar de 14e eeuw:
Willem V gaf het lokale bestuur van Die
Haghe meer bevoegdheden dan het tot dan toe gehad had. De Graaf bleef de baas in het dorp,
maar aan het hoofd van het dorpsbestuur stond nu een Baluw. Deze ambtenaar werd
rechtstreeks door de Graaf benoemd maar mocht al veel meer besluiten nemen dan zijn
voorgangers. Ook bij afwezigheid van de Graaf. Willem V woonde niet permanent in het dorp,
hij verbleef regelmatig op kastelen in de steden van Holland en Zeeland.
In Die Haghe was het echter absoluut niet
stil. Niet alleen werd er bij de Ridderzaal flink gebouwd, maar Willem V hield ook wel van
feesten. Hij hield deze in zijn huizen en kastelen, en dus ook in de Ridderzaal.
In 1358 is hij -volgens bronnen uit die tijd- tijdens één van deze feesten krankzinnig
geworden. Hij stak toen tijdens een toespraak met zijn zwaard één van zijn vazallen
dood. Wellicht was de Graaf slechts (erg) dronken, dat zullen we nooit weten, maar zijn
jongere broer Albrecht (Aalbert) nam diezelfde nacht nog de macht over.
Willem V bleef in naam Graaf van Holland, maar hij werd opgesloten op een kasteel in
Hainault en heeft dit nooit meer mogen verlaten. Als de man nog niet krankzinnig was, dan
is hij het daar waarschijnlijk geworden, want zijn broer had nu de macht in handen. Tot de
dood van Willem V was Albrecht regent. Pas na de dood van zijn broer in 1389 werd Albrecht
de nieuwe Graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. Hij wordt gezien als tweede
"Beierse Graaf" en was -samen met Willem II en Floris V- één van de
belangrijkste Graven van èn voor Holland.
Albrecht was verzot op de Ridderzaal, hij
woonde er vrijwel permanent. Dat was goed voor de economie van het dorp.
Op het Buitenhof liep in die tijd niet alleen vee, Albrecht
had ook twee leeuwen. Dit was een geschenk van de Graaf van Gelre die ze waarschijnlijk
van een kruistocht had meegenomen. De leeuw is terug te vinden in de wapens van Gelre
(Gelderland) en Holland.
Ook Graaf Albrecht kreeg geen toestemming
van de omliggende steden om Die Haghe stadsrechten te verlenen. Delft en Leiden
tegenspreken durfde hij niet, maar toch verleende alle inwoners van Die Haghe bepaalde
juridische voorrechten. Deze voorrechten verkregen andere inwoners van Holland ook
automatisch wanneer ze zich permanent in het dorp zouden vestigen. Wellicht hoopte
Albrecht dat het dorp zo groot zou groeien dat de steden wel toe moesten stemmen in
stadsrechten. Hagenaars kregen in 1393 ook vrijstelling van tolrechten binnen het gehele
graafschap. Nu vestigden zich nog meer mensen in het dorp en het inwoner aantal groeide,
zoals Albrecht gehoopt moet hebben, erg hard.
Willem V had de baluw benoemd, Albrecht gaf
deze man dezelfde rechten als burgemeesters van echte steden. Het dorp kreeg ook
toestemming om een raadhuis te bouwen. Daarover iets verder in de beschrijving van de
geschiedenis meer.
Tijdens Albrechts regeerperiode groeide ook
de economie. Er was sprake van een eerste Gouden Eeuw. De invallen van de Noormannen
behoorden eigenlijk al tot het verleden en de Hollanders dreven meer en meer handel met de
Scandinaviërs en de bewoners van Noord-Duitsland. Vooral de Lakenindustrie ("Laken":
kwalitatief hoogwaardige, dichtgeweven wollen stof) bloeide als nooit tevoren en de
vrijstelling van tolrechten in het gehele graafschap maakte dat Die Haghe een populaire
vestigingsplaats werd voor deze industrie. Het Spui en de Trekvliet (naar Delft) werden in
deze tijd (circa 1345) gegraven. Het Spui was de eerste echte "gracht"
van Den Haag. Hij liep door tot aan de zogenaamde Spuipoort,
daarna stroomde het water als een (dubbele) ring om de kasteelwallen heen (slotgrachten).
Langs de Venestraat (weggetje richting het
Veen) en de Spui en Vlamingstraat verrezen de eerste woningen. Boerderijen en
stadskasteeltjes stonden niet langer ongeordend naast elkaar er ontstonden meer en meer
steegjes en echte straten. Deze waren nog niet verhard, maar Die Haghe begon
structuur te krijgen. Het zette oudere dorpen als Voorburg en Rijswijk al volledig in de
schaduw. Tussen Rijswijk en Delft werd een lange weg aangelegd. Deze bestaat nog steeds,
het is nu een autoweg. Op de grens van Rijswijk en Delft lag een oud klooster, waar de
poort nog van bestaat.
Ook Die Haghe kreeg een klooster. Dit werd
gesticht door de tweede vrouw van Albrecht, Margreet van Cleef. In feite lag dit Haagse
Klooster in een gebied dat nog steeds bos was. Men noemde het tot dan toe 'de wildernis',
maar na de komst van het Klooster ging men steeds vaker een andere naam gebruiken,
nl. "Voorhout". De Kloosterkerk was de eerste
Haagse kerk die van steen was gemaakt. De St. Jacobs kerk was
nog grotendeels van hout.
Haag Ambacht (het gedeelte van Die Haghe
buiten het Kasteel) kreeg zoals eerder geschreen toestemming om een Raadhuis te bouwen. De
stadsbesturen van Delft en Leiden zullen dit met lede ogen hebben aangezien. Er was echter
iets gebeurd waardoor men Albrecht niet tegen durfde te spreken.
In 1392 ging het, na jaren van rust en
economische groei goed mis. Albrecht hield er net als veel andere graven en Hertogen in
die tijd een maitresse op na (is er zoveel veranderd in 650 jaar?) . Op 21 september 1392
liep deze vrouw, Aleid van Poelgeest, te wandelen over het Buitenhof.
Zij werd vergezeld door een edelman uit Amstel-Waterland.
Nu leken de jaren van de burgeroorlog al ver in het verleden te liggen, maar zoals ik al
eerder aangaf, sommige mensen hadden niet kunnen vergeten en vergeven. Wellicht onder
invloed van de stijgende invloed van Die Haghe in de regio en wellicht met het idee dat
Albrecht oud begon te worden hadden enkele edelen zich rond de oudste zoon van Albrecht
verzameld. Deze zoon was ingefluisterd dat toekomstige kinderen van Albrecht en Aleid een
gevaar konden opleveren voor zijn heerschappij. Het gevolg was dat de wandeling van Aleid
eindige in een bloedbad. Vlak bij de Gevangenpoort, op de Plaats werd ze samen met de edelman (haar lijfwacht) door een paar
"Hoeksen" vermoord. Vlakbij de locatie waar dit gebeurde ligt nog altijd een
gedenksteen. Hierin staan de krassen van de zwaarden die de lichamen doorkliefden.
Indien men gedacht had dat Albrecht al te
oud was om nog krachtig te reageren, dan heeft men hem erg onderschat. De wraak van de
Graaf was verschrikkelijk. De kastelen van de Hoekse edelen (zoals Brederode bij
Santpoort) werden stuk voor stuk belegerd en met de grond gelijk gemaakt. De stad Delft
had eveneens voor de "Hoekse" partij gekozen en werd belegerd door Albrecht en
veroverd. Daarna werd de stad gedwongen de stadsmuren af te breken (deze mochten pas veel
later weer worden opgebouwd). Stenen die afkomstig waren uit de muren en torens van Delft
werden door Albrecht gebruikt om een muur rond het binnen- en buitenhof te bouwen. Duizend
Delftse mannen moesten vanuit Delft enkele kilometers op hun blote voeten naar Den Haag
wandelen om aan Albrecht vergiffenis te vragen. Zij werden vergezeld door 500 vrouwen die
in hun mooiste jurk en met losse haren voor het leven van de mannen moesten smeken.
Een ander onderdeel van de wraak van
Albrecht was dat het stadskasteel van de familie Van Brederode in Den Haag werd gesloopt.
Met de stenen die vrijkwamen van alle afgebroken muren liet Albrecht de
verdedingingswerken van het Binnen- en Buitenhof versterken. Er verschenen nu dikke muren
om de Ridderzaal met machtige torens. Van deze torens is er nog één rond 1913 herbouwd.
Al zullen niet veel mensen hem direct herkennen. Naast de hogere gebouwen uit de 17e
(gouden) eeuw lijkt hij niet erg indrukwekkend. De originele hoektoren lag op de hoek van
de grote vijver en de moestuin. Wellicht was de originele toren
oorspronkelijk iets hoger. De Stadhouderstoren aan de andere
kant van de Vijver is gebouwd in de 16e eeuw.
Op de plaats waar het Haagse stadskasteel
van de familie Van Brederode was afgebroken mocht de dorpsraad van Die Haghe een nieuw
dorpshuis bouwen. Het oude dorpshuis lag tot die tijd aan de "Vier hoekjes" (nu
"drie hoekjes")
Begin 15e
eeuw