Den Haag
Hoofdstad van Zuid Holland
Regeringsstad en Residentie

van Nederland

Online sinds 1998

 

Mauritishuis

English Deutsch

Alfabetische Index Nieuw op deze site Rondleidingen Rondvaarten Uitgaan in Den Haag Links


De Geschiedenis van Den Haag

De 2e helft van de 14e eeuw: 1350-1399 AD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gedenksteen, Plaats

Zoals geschreven op de vorige pagina, bevond Holland zich vanaf de jaren '50 van de 14e eeuw in een burgeroorlog. Edelen en steden stonden lijnrecht tegenover elkaar. Één partij (de Hoeksen) steunde de Margriet, de zus van Graaf Willem IV, die vond dat haar zoon nog te jong was om te regeren. De tegenpartij (de Kabeljauwen) steunde de zoon, Willem V, die inderdaad nog erg jong was (nog geen 10).

In feite ging de strijd niet om Willem of zijn moeder. Het ging hier om macht. De twee kampen hoopten voordeel te halen uit een eventuele overwinning van hun partij. Steden hoopten rechten (op de handel in bier of lakens bijvoorbeeld) die in het verleden aan andere steden waren verleend te kunnen overnemen en de edelen hoopten vanzelfsprekend eveneens op macht en rijkdom.

In 1356 gaf Margriet de strijd definitief op. Daarmee hadden de kabeljauwen de strijd, voorlopig, gewonnen. De situatie was in het 14e & 15e eeuwse Holland echter net zoals tegenwoordig op de Balkan. Men vergat niets en generaties later kon de strijd plotseling weer oplaaien. Dat zou ook gebeuren, met verstrekkende gevolgen.

In 1351 was Willem V officieel Graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen geworden. Hij was toen naar onze maatstaven nog steeds vrij jong, maar in het 14e eeuwse Holland was je op 12 jarige leeftijd al meerderjarig. In 1356 trouwde Willem V met Mathilda van Lancester, een volle nicht van de Engelse Koning Edward III.

Willem V was vaker in Die Haghe dan zijn voorgangers uit Henegouwen. Hij zag echter niet zoveel in een grote zaal (Ridderzaal) om in te wonen. Hij liet daarom veel verbouwen tegen de Ridderzaal aanbouwen. Aan de Hofvijver (op het Binnenhofterrein) werd een aparte woning gebouwd voor de Gravin, Mathilda van Lancester. De Lairesse zaal -die nog altijd bestaat- was daar een onderdeel van. Tussen deze woning en de Ridderzaal kwam een overdekte "doorgang" van hout, zodat de Gravin het terrein ook bij regen kon oversteken zonder nat te worden. Mathilda bleef ook na de dood van haar man nog lang aan de Hofvijver wonen.

Willem V zorgde er ook voor dat er een eenvoudige stenen muur om het hele complex heen gebouwd werd. Het Paleis ging nu veel meer op een echt kasteel lijken. Van eenvoudige Hoeve naar Paleis naar Kasteel in minder dan 150 jaar. Op het kasteel woonden en werkten ten tijde van Willem V meer dan 100 personen in dienst van de Graaf. Dit waren vooral ambtenaren, bedienden en bijvoorbeeld keukenpersoneel. Daarnaast waren er natuurlijk ook veel soldaten. Dienstplicht bestond nog niet, er was sprake van huurlingen.
Op de plaats waar tegenwoordig de Stadhouders- en Mauritspoort staan, werden toegangs- poorten gebouwd. De voorloper van de Stadhouderspoort gaf vanaf het Buitenhof toegang tot het Binnenhof en de poort aan de achterzijde stond op de grens van Binnenhof en moestuin (Veel later kwam daar het beroemde Plein). De Gevangenpoort bestond al enige jaren.

Was een paleis in het bos nog bijzonder geweest, een kasteel in het bos was dat zeker niet. De omvang van de Ridderzaal en de daaromheen gebouwde muren, torens en poorten waren echter veel indrukwekkender dan bijvoorbeeld het Muiderslot, Kasteel Brederode of de Leidense Burcht. Op de hoek van de Hofvijver en de Plaats stond een prachtig kasteel van de Heren van Egmond en bij de St. Jacobs kerk lag een stadskasteel van de Heren van Brederode. Ook de Heren van Wassenaar hadden een stadskasteel in de buurt van het Binnenhof en niet ver van al deze kastelen lagen kasteel Binckhorst en kasteel Ternoot. Ook al deze kastelen bezaten muren en torens. Op deze torens wapperden de vlaggen van de families die ze bewoonden. U kunt zich voorstellen dat het dorp Haagambacht in het niet viel tussen al deze bouwwerken. Bezoekers uit andere steden en landen moeten hun ogen uit hebben gekeken in Die Haghe.

Van al de genoemde kastelen is niet veel meer over. Op de plaats van het Haagse kasteel Egmond staat nu een -eveneens bijzonder- pand dat tot 1998 hoofdkantoor van de ABN-Amro was. Op de plaats van kasteel Brederode staat het Haagse Stadhuis uit de 16e eeuw (en de uitbreiding uit de 18e eeuw, alsmede het winkelcentrum "De Snoeptrommel". Aan kasteel Ternoot worden we nog herinnerd doordat de bijzondere tramhalte op die locatie (viaduct) dezelfde naam draagt. Kasteel Binckhorst bestaat nog, maar is in de 17e eeuw sterk verbouwd. Het ligt nu verscholen tussen moderne kantoorgebouwen.

De tegen de Ridderzaal aangebouwde uitbreidingen hebben tot ongeveer 1850 bestaan. Toen zijn deze (onder luid protest van de geschiedkundigen en de lokale bevolking) afgebroken, omdat men de Ridderzaal in de oorspronkelijke staat (uit de tijd van Floris V) wilde terugbrengen.


Terug naar de 14e eeuw:

Willem V gaf het lokale bestuur van Die Haghe meer bevoegdheden dan het tot dan toe gehad had. De Graaf bleef de baas in het dorp, maar aan het hoofd van het dorpsbestuur stond nu een Baluw. Deze ambtenaar werd rechtstreeks door de Graaf benoemd maar mocht al veel meer besluiten nemen dan zijn voorgangers. Ook bij afwezigheid van de Graaf. Willem V woonde niet permanent in het dorp, hij verbleef regelmatig op kastelen in de steden van Holland en Zeeland.

In Die Haghe was het echter absoluut niet stil. Niet alleen werd er bij de Ridderzaal flink gebouwd, maar Willem V hield ook wel van feesten. Hij hield deze in zijn huizen en kastelen, en dus ook in de Ridderzaal.
In 1358 is hij -volgens bronnen uit die tijd- tijdens één van deze feesten krankzinnig geworden. Hij stak toen tijdens een toespraak met zijn zwaard één van zijn vazallen dood. Wellicht was de Graaf slechts (erg) dronken, dat zullen we nooit weten, maar zijn jongere broer Albrecht (Aalbert) nam diezelfde nacht nog de macht over.
Willem V bleef in naam Graaf van Holland, maar hij werd opgesloten op een kasteel in Hainault en heeft dit nooit meer mogen verlaten. Als de man nog niet krankzinnig was, dan is hij het daar waarschijnlijk geworden, want zijn broer had nu de macht in handen. Tot de dood van Willem V was Albrecht regent. Pas na de dood van zijn broer in 1389 werd Albrecht de nieuwe Graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. Hij wordt gezien als tweede "Beierse Graaf" en was -samen met Willem II en Floris V- één van de belangrijkste Graven van èn voor Holland.

Albrecht was verzot op de Ridderzaal, hij woonde er vrijwel permanent. Dat was goed voor de economie van het dorp.
Op het Buitenhof liep in die tijd niet alleen vee, Albrecht had ook twee leeuwen. Dit was een geschenk van de Graaf van Gelre die ze waarschijnlijk van een kruistocht had meegenomen. De leeuw is terug te vinden in de wapens van Gelre (Gelderland) en Holland.

Ook Graaf Albrecht kreeg geen toestemming van de omliggende steden om Die Haghe stadsrechten te verlenen. Delft en Leiden tegenspreken durfde hij niet, maar toch verleende alle inwoners van Die Haghe bepaalde juridische voorrechten. Deze voorrechten verkregen andere inwoners van Holland ook automatisch wanneer ze zich permanent in het dorp zouden vestigen. Wellicht hoopte Albrecht dat het dorp zo groot zou groeien dat de steden wel toe moesten stemmen in stadsrechten. Hagenaars kregen in 1393 ook vrijstelling van tolrechten binnen het gehele graafschap. Nu vestigden zich nog meer mensen in het dorp en het inwoner aantal groeide, zoals Albrecht gehoopt moet hebben, erg hard.

Willem V had de baluw benoemd, Albrecht gaf deze man dezelfde rechten als burgemeesters van echte steden. Het dorp kreeg ook toestemming om een raadhuis te bouwen. Daarover iets verder in de beschrijving van de geschiedenis meer.

Tijdens Albrechts regeerperiode groeide ook de economie. Er was sprake van een eerste Gouden Eeuw. De invallen van de Noormannen behoorden eigenlijk al tot het verleden en de Hollanders dreven meer en meer handel met de Scandinaviërs en de bewoners van Noord-Duitsland. Vooral de Lakenindustrie ("Laken": kwalitatief hoogwaardige, dichtgeweven wollen stof) bloeide als nooit tevoren en de vrijstelling van tolrechten in het gehele graafschap maakte dat Die Haghe een populaire vestigingsplaats werd voor deze industrie. Het Spui en de Trekvliet (naar Delft) werden in deze tijd (circa 1345) gegraven. Het Spui was de eerste echte "gracht" van Den Haag. Hij liep door tot aan de zogenaamde Spuipoort, daarna stroomde het water als een (dubbele) ring om de kasteelwallen heen (slotgrachten).

Langs de Venestraat (weggetje richting het Veen) en de Spui en Vlamingstraat verrezen de eerste woningen. Boerderijen en stadskasteeltjes stonden niet langer ongeordend naast elkaar er ontstonden meer en meer steegjes en echte straten. Deze waren nog niet verhard,  maar Die Haghe begon structuur te krijgen. Het zette oudere dorpen als Voorburg en Rijswijk al volledig in de schaduw. Tussen Rijswijk en Delft werd een lange weg aangelegd. Deze bestaat nog steeds, het is nu een autoweg. Op de grens van Rijswijk en Delft lag een oud klooster, waar de poort nog van bestaat.

Ook Die Haghe kreeg een klooster. Dit werd gesticht door de tweede vrouw van Albrecht, Margreet van Cleef. In feite lag dit Haagse Klooster in een gebied dat nog steeds bos was. Men noemde het tot dan toe 'de wildernis', maar na de komst van het Klooster ging men steeds vaker een andere naam gebruiken, nl.  "Voorhout". De Kloosterkerk was de eerste Haagse kerk die van steen was gemaakt. De St. Jacobs kerk was nog grotendeels van hout.

Haag Ambacht (het gedeelte van Die Haghe buiten het Kasteel) kreeg zoals eerder geschreen toestemming om een Raadhuis te bouwen. De stadsbesturen van Delft en Leiden zullen dit met lede ogen hebben aangezien. Er was echter iets gebeurd waardoor men Albrecht niet tegen durfde te spreken.

In 1392 ging het, na jaren van rust en economische groei goed mis. Albrecht hield er net als veel andere graven en Hertogen in die tijd een maitresse op na (is er zoveel veranderd in 650 jaar?) . Op 21 september 1392 liep deze vrouw, Aleid van Poelgeest, te wandelen over het Buitenhof. Zij werd vergezeld door een edelman uit Amstel-Waterland.
Nu leken de jaren van de burgeroorlog al ver in het verleden te liggen, maar zoals ik al eerder aangaf, sommige mensen hadden niet kunnen vergeten en vergeven. Wellicht onder invloed van de stijgende invloed van Die Haghe in de regio en wellicht met het idee dat Albrecht oud begon te worden hadden enkele edelen zich rond de oudste zoon van Albrecht verzameld. Deze zoon was ingefluisterd dat toekomstige kinderen van Albrecht en Aleid een gevaar konden opleveren voor zijn heerschappij. Het gevolg was dat de wandeling van Aleid eindige in een bloedbad. Vlak bij de Gevangenpoort, op de Plaats werd ze samen met de edelman (haar lijfwacht) door een paar "Hoeksen" vermoord. Vlakbij de locatie waar dit gebeurde ligt nog altijd een gedenksteen. Hierin staan de krassen van de zwaarden die de lichamen doorkliefden.

Indien men gedacht had dat Albrecht al te oud was om nog krachtig te reageren, dan heeft men hem erg onderschat. De wraak van de Graaf was verschrikkelijk. De kastelen van de Hoekse edelen (zoals Brederode bij Santpoort) werden stuk voor stuk belegerd en met de grond gelijk gemaakt. De stad Delft had eveneens voor de "Hoekse" partij gekozen en werd belegerd door Albrecht en veroverd. Daarna werd de stad gedwongen de stadsmuren af te breken (deze mochten pas veel later weer worden opgebouwd). Stenen die afkomstig waren uit de muren en torens van Delft werden door Albrecht gebruikt om een muur rond het binnen- en buitenhof te bouwen. Duizend Delftse mannen moesten vanuit Delft enkele kilometers op hun blote voeten naar Den Haag wandelen om aan Albrecht vergiffenis te vragen. Zij werden vergezeld door 500 vrouwen die in hun mooiste jurk en met losse haren voor het leven van de mannen moesten smeken.

Een ander onderdeel van de wraak van Albrecht was dat het stadskasteel van de familie Van Brederode in Den Haag werd gesloopt.
Met de stenen die vrijkwamen van alle afgebroken muren liet Albrecht de verdedingingswerken van het Binnen- en Buitenhof versterken. Er verschenen nu dikke muren om de Ridderzaal met machtige torens. Van deze torens is er nog één rond 1913 herbouwd. Al zullen niet veel mensen hem direct herkennen. Naast de hogere gebouwen uit de 17e (gouden) eeuw lijkt hij niet erg indrukwekkend. De originele hoektoren lag op de hoek van de grote vijver en de moestuin. Wellicht was de originele toren oorspronkelijk iets hoger. De Stadhouderstoren aan de andere kant van de Vijver is gebouwd in de 16e eeuw.

Op de plaats waar het Haagse stadskasteel van de familie Van Brederode was afgebroken mocht de dorpsraad van Die Haghe een nieuw dorpshuis bouwen. Het oude dorpshuis lag tot die tijd aan de "Vier hoekjes" (nu "drie hoekjes")

Begin 15e eeuw