De Graven van Avesnes regeerden al enige
tijd over het Graafschap Henegouwen. Door toedoen van Engeland kreeg de Graaf van Avesnes
Holland en Zeeland in handen. De moeder van deze Graaf (Jan II) was de zus van Floris V
van Holland. Jan II werd tevens heer van West-Friesland (kop van (het tegenwoordige)
Noord-Holland).
Een gedeelte van het oude Graafschap
Henegouwen is tegenwoordig een provincie van België. Het grenst aan Frankrijk en is
ongeveer 3.787 vierkante km groot (de huidige provincie Zuid-Holland is
2.867 vierkante km groot). In de Middeleeuwen was het Graafschap Henegouwen echter vele
malen groter en omvatte tevens stukken van het huidige Frankrijk, Luxemburg en Duitsland.
Henegouwen grensde aan Vlaanderen (Noorden), Brabant en Luik (in het Oosten) en Rethelois
en Thiérache in het Huidige Frankrijk. Zo behoorde ook het grote
Vallenciennes in het huidige noord Frankrijk (tot 1678) bij Henegouwen.
Holland en Zeeland bleven verbonden met
Henegouwen tot aan de 80-jarige oorlog (1578-1648). Na de nederlaag van Frankrijk hoorde
een klein stuk van het oude Henegouwen bij het Koninkrijk der Nederlanden. Vanaf 1831 werd
het Belgisch.
Wat betekenden de Graven van Avesnes voor
het jonge dorp Haagambacht en Die Haghe in zijn geheel: toen Floris IV het landgoed kocht
was het niet zijn bedoeling geweest een stad te stichten. Hij bouwde er een eenvoudige
hoeve (resten hiervan op werkdagen te bezichtigen. Ze bevinden zich onder de
Ridderzaal en rondleidingen over het Binnenhof beginnen daar).
Willem II had van het landgoed echter een Keizerlijk paleis willen maken. Hij had de
aanzet gegeven tot de bouw van de Ridderzaal. Waarschijnlijk (maar dit zullen we
waarschijnlijk nooit zeker weten) was het zijn bedoeling dit gebouw veel groter te maken
dan het nu -al- is.
Willem II kwam vroegtijdig te overlijden en voor Die Haghe leken onzekere tijden
aan te breken. Floris V was echter vast van plan zijn vader te eren en bovendien verzot op
het Paleis. Hij liet de Ridderzaal afbouwen en woonde er permanent. Nu kwamen de Graven
van Henegouwen aan de macht en zij hadden geen enkele band met Die Haghe of het Paleis. Ze
zullen het erg indrukwekkend hebben gevonden, maar het lag in een bos en in een dorpje
zonder enige status. Zij verbleven er hooguit een paar weken in de winter, liever trokken
zij zich terug op hun kasteel te Middelburg, of nog verder naar het -warme- zuiden, in
Henegouwen.
Daarnaast was vooral Graaf Jan II erg bezig
met het voeren van oorlog(en).
In 1300 tegen Koning Albert I van Duitsland en in dat zelfde jaar tegen een
invasiemacht die uit Engeland kwam. Hij moest in 1301 een opstand in Zeeland neerslaan en
in 1304 versloeg hij de Vlamingen die een stuk van Zeeland hadden weten te bezetten.
Vier Graven van Henegouwen regeerden tussen
1299 en 1351 over Holland en Zeeland.
Jan II, Willem III, Willem IV en -heel
kort- Margriet.
Het feit dat zij andere kastelen verkozen
boven de Haagse had -net als de dood van Willem II in 1256- kunnen betekenen dat de Ridderzaal zou gaan vervallen tot een vergeten ruïne, maar gezien
de centrale ligging besloot de plaatsvervanger van de Graaf, de Stadhouder op het Binnenhof te gaan wonen. Dit betekende dus dat er werk bleef voor
de bewoners van het dorp en heel langzaam groeide Haagambacht dan ook door.
In 1325 vond Graaf Willem IV dat er een
lokaal bestuur benoemd moest worden.
De Graaf bepaalde wat er gebeurde in Die Haghe. Hier geen toestanden zoals in Leiden,
Dordrecht of Delft waar het stadsbestuur de lakens uitdeelde. Het bestuur voerde bevelen
van de Graaf uit en enkele door dit bestuur aangestelde ambtenaren zorgden voor rust en
orde in het dorp. Met de groei van het plaatsje zal ook het eerste zogenaamde 'gespuis'
zijn op komen dagen. Lieden die graag van andermans rijkdommen gebruik maakten, op een
manier zoals Robin Hood het niet bedoeld had.
In 1307 bepaalde de graaf van Holland dat
Scheveningen één schepen zou inbrengen in de Haagse schepenbank die zeven
vertegenwoordigers telde. De gehele wet- en regelgeving - zelfs tot aan die van de
plaatselijke zeevisserij toe - was en bleef een Haagse aangelegenheid.
Heel veel stelde het dorp Den Haag
omstreeks 1307 overigens nog niet voor.
De noordgrens lag bij de Papestraat (100
jaar later bij de Molenstraat), de westgrens bij de Assendelftstraat,
de zuidgrens ter hoogte van de Vlamingstraat en de oostgrens van het dorp lag bij
de gracht en poort van het Buitenhof.
Aan de zuid-west kant van het Paleis van de
Graaf was het bos al grotendeels verdwenen. Er stonden enkele honderden boerderijen en
andere huizen van hout. De dorpskerk lag rond de tegenwoordige Grote Kerk. Op die plaats
werd in de beschreven periode al een houten kerk gebouwd die men St. Jacobskerk noemde.
Door de straten en over het terrein van het
Paleis liepen koeien, varkens en kippen. Verharde wegen waren er nog niet, dus het hele
dorp veranderde bij regen in een modderpoel. In tijden van droogte hingen er grote
stofwolken tussen de woningen zodra er ruiters en wagens door de straten reden. De
aanwezigheid van het Paleis en haar bewoners maakten van Haag Ambacht toch een ander dorp
dan alle andere Hollandse dorpen en steden. Enkele Hollandse edelen bouwden grote huizen
bij het hof. Ze wilden dicht bij de Graaf in de buurt kunnen zijn wanneer deze in het
Paleis was. Ook hun aanwezigheid betekende op gezette tijden veel werk voor de inwoners.
Het feit dat de oorspronkelijke Graaflijke familie was uitgestorven maakte voor het jonge
dorp dus niet veel uit.
Wel werd het dorp wat meer gescheiden van
het Paleis toen aan het begin van de 14e eeuw naast het duinmeertje
een poort van steen verrees. Dit was het begin van machtige verdedigingswerken die
langzaam rond het Paleis zouden worden opgetrokken. Wie bij het Paleis wilde komen moest
nu van deze nieuwe poort gebruik maken. De aarden wallen lagen ook toen al om het
huidige Buitenhof. De stallen en dienstwoningen kwamen op dit
terrein te staan. Om het Binnenhof lag nog steeds de oude
verdedigingswal van aarde en hout. Er lagen ook grachten om het Buitenhof èn het
Binnenhof.
In Holland waren vrijwel alle gebouwen van
hout. Slechts in enkele steden stonden bouwwerken van Steen. Leiden had het Gravensteen en
Haarlem de Oude Zaal. Ook daarom was Die Haghe een heel bijzonder dorp. Naast het
machtige Paleis, dat voor die tijd enorm was, stond nu ook een poortgebouw van steen. We
kennen deze poort tegenwoordig als 'de Gevangenpoort' (in het begin
was het echter nog geen gevangenis). Den Haag heeft nooit een echte stadsmuur gehad. Er
lagen echter wel drie verdedigingswallen rond het paleis. De buitenste liep helemaal
achter het huidige plein langs. Enkele straatnamen herinneren ons nog aan deze buitenste
wal: de Fluwelen Burgwal, Lutherse Burgwal. In het Gemeente Archief (Stadhuis Den Haag) is
een tekening te vinden van het middeleeuwse kasteel en de drie oorspronkelijke
verdedigingswallen.
Nog steeds zullen Delft en Leiden niet echt
zenuwachtig geworden zijn van Die Hague, maar van een eenzaam paleis in de bossen was rond
1350 al geen sprake meer. Rond 1350 kwam ook de belangrijke Van Egmond naar het dorp.
Hun stadskasteel was nog indrukwekkender dan de meeste andere kastelen. Niet veel
later verrees naast de Grote Kerk een schitterend huis van de Van Brederodes (nu staat
daar het oude Stadhuis). Ook dit gebouw was
grotendeels van steen en toen was het echt definitief voorbij met het lachen in de oude
steden. De verhoudingen in Holland begonnen te verslechteren.
Stadsrechten voor Die Hage waren uit den
boze, de andere steden wilden daar absoluut niet van horen. Ze waren bang voor hun eigen
handelspositie. Een stad met muren werd immers al snel "bijdehand". Den Haag had
dan wel geen zeehaven, indien er muren om de stad lagen zou men het graven van zo'n haven
niet makkelijk tegen kunnen houden. Een plaats zonder muren kon door Delft en Leiden
makkelijker onder de duim gehouden worden. Dat de graaf er woonde, heeft Den Haag
waarschijnlijk voor echte strafexpedities behoedt.
De Hagenaars kregen in 1334 wel het recht
om een jaarmarkt te houden op 25 juli (St. Jacobs dag). Dit betekende nog meer
bedrijvigheid aan de voet van het Paleis.
Graven regeerden doorgaans niet zo lang, ze
werden namelijk niet oud. Jan II was, na een regeerperiode van ongeveer 5 jaar, al in 1304
opgevolgd door Willem III. Hij was een uitzondering op de regel en had meer dan 30 jaar
geregeerd (van 1304 tot 1337). In 1345 overleed zijn opvolger, Willem IV op het slagveld.
Hoewel Floris V de West-Friezen in 1282 een
gevoelige slag had toegediend, waren de nieuwe Graven vrij snel na 1300 weer in een hevige
strijd met hen verwikkeld. Net als Graaf Jan van Holland -die in 1299 was overleden- had
Willem IV geen zonen. Er brak een burgeroorlog uit in Holland die bekend staat als de
"Hoeksche en kabeljauwsche" (ook geschreven als "Kablejouwsche")
twisten. De Graaf en zijn aanhang werden de Kabeljauwen genoemd. Kabeljauwen zijn
vissen die naar mate ze groter worden meer vissen op kunnen slokken. Ze worden daar alleen
maar groter en sterker van en gaan dan nog meer eten. Men kan een kabeljauw echter vangen
met een "Hoek" (haak). De tegenstanders van de Graaf werden dan ook Hoeken
genoemd.
De Hoekse partij steunde Margriet, de
zuster van de overleden Willem IV. Zij vond haar eigen zoon nog te jong om Graaf te worden
en benoemde zichzelf in 1346 tot Gravin. Daarnaast had ze twee regenten aangesteld.
De kabeljauwen steunden de zoon, Willem V. Waarschijnlijk omdat ze verwachtten dat
ze zo'n jonge graaf gemakkelijk konden beïnvloeden. In 1351 wonnen de legers van Willem
IV een belangrijke slag bij Vlaardingen. Alle kastelen van Hoekse edelen in de buurt van
Overschie werden toen afgebroken. Margriet was Gravin van Holland tussen 1346 en 1351.
Willem V was eveneens Graaf geworden in 1346, aangezien zijn legers de strijd wonnen bleef
hij na 1351 de enige Graaf van Holland. De burgeroorlog was echter in 1351 nog (lang) niet
voorbij, de Hoekse legers gaven het nog niet op.
De strijd kwam in 1356 wel tot een
voorlopig einde, maar in feite gingen de "Hoekse en Kabeljauwse twisten" door
tot in de 15e eeuw. Zo belegerde Jacoba van Beieren Haarlem in 1426 toen die stad partij
koos voor de Hoeken.
Willem V was een neef van Willem IV, zijn
vader kwam uit Beieren en daarom spreekt men na 1351 over de Beierse Graven (Graven van
Wittelsbach). Dit ondanks het feit dat de zogenaamde Beierse Graven ook Graven van
Henegouwen waren. Het tijdperk van de "echte" Graven van Holland had circa 400
jaar geduurd, de Graven van Avesnes regeerden 60 jaar en het tijdperk van de Graven van
Beieren zou ongeveer 80 jaar gaan duren. In deze periode regeerden vier Graven en een
Gravin (Jacoba van Beieren).
14e eeuw Deel
2
|