Sinds de bouw van het Kasteel (Ridderzaal) is er een
grote 'militaire' aanwezigheid geweest in Den Haag. Allereerst natuurlijk vanwege de
Graven en de Stadhouders en (na 1600) de aanwezigheid van de Regering
en het Huis van Oranje.
De in Den Haag gelegerde troepenmacht is
omstreeks 1650 bijna gebruikt om de stad Amsterdam aan te vallen.
Stadhouder-Prins Willem II (zoon van Frederik Hendrik) had onenigheid met het Amsterdamse
Stadsbestuur en wilde de stad een lesje leren.
De Republiek der Verenigde Provincies was nog jong en stadsbestuurders hadden veel macht
(dàt bleef zo tot circa 1800). Het Stadsbestuur van Amsterdam was wellicht iets te
bijdehand naar de zin van de Prins.
Het leger was al gereed toen de Prins ernstig
ziek werd en overleed. De belegering (aanval) werd afgeblazen door de Staten van Holland
en de Staten Generaal, bovendien begon met de dood van Willem II het eerste Stadhouderloze
tijdperk dat pas 22 jaar later, in (het rampjaar) 1672, zou eindigen.
In 1672 werden de in Den Haag gelegerde
troepen wederom gemobiliseerd. Ook werd de gehele singelgracht
gereed gemaakt voor de verdediging van de stad.
Stadsmuren en wallen had Den
Haag niet omdat het geld voor muren in de 16e eeuw was gebruikt om een stadhuis te bouwen en de
stad (ook) daarna nooit meer de financiële middelen had.
Het gerucht ging dat de Fransen in aantocht
waren (Zie "Stadspaleis Johan
de Witt"). De Bruggen gingen omhoog en overal langs het water werden kanonnen en
soldaten opgesteld. De Fransen werden ver voor Den Haag al teruggedreven door de
Republikeinse legers, onder aanvoering van Willem III, die niet alleen stadhouder, maar
ook Koning van Engeland zou worden.
Een Marinehaven heeft Den Haag nooit gehad,
wel zijn er voor de kust van Scheveningen zeeslagen geweest (Engelse vloot) die door de
Republiek werden gewonnen. Tijdens de slag voor Scheveningen droeg de Haagse Artillerie
een steentje bij door vanaf het strand op de schepen te schieten. Het feit dat de
Scheveningsewg een verharde weg was (tussen Den Haag en Scheveningen) kwam bij het vervoer
van de kanonnen goed uit.
Ook nu zijn er nog enkele grote kazernes in de
stad. De Frederik kazerne, de Alexander Kazerne, de Juliana Kazerne en de Koningin
Beatrixkazerne. Deze liggen allemaal in de buurt van de Van Alkemadelaan.
De namen Frederik- en Alexanderkazerne zijn
ouder dan de huidige kazernes. Tot halverwege de 20e eeuw lagen de Frederik- en
Alexanderkazerne dichter bij het stads centrum.
De Alexanderkazerne lag aan het deel van de
Laan Copes van Cattenburg dat men nu Burgemeester Pattijnlaan noemt. Er lag een gracht om
deze kazerne die nog steeds bestaat, het is een uitloper van de Haagse
Beek, de Haraga.