Rond het oude Binnenhof
staan drie paleizen. Allereerst de Ridderzaal,
dat is het oude paleis van Graaf-Koning Willem II (voltooid door zijn zoon Graaf Floris V
in de 13e eeuw). Links van de Ridderzaal (gezien vanaf het Buitenhof)
staat het Paleis van de Stadhouders van Holland (en Zeeland) dat
in 1620 gebouwd is en rechts van de Ridderzaal (wederom gezien vanaf het Buitenhof) staat het 18e eeuwse paleis van Stadhouder Willem V.
De twee paleizen van de Stadhouders waren
oorspronkelijk geplanned op de plaats van de oude Ridderzaal.
Sloop van dat gebouw was echter te kostbaar en daarom besloot men tot twee maal toe tot
nieuwbouw.
Het heeft dus met geldgebrek te maken dat de
Ridderzaal er vandaag nog staat. Met cultureel besef had het in ieder geval niets te
maken. De Ridderzaal was dan ook in grote staat van verval en
werd gebruikt als loterij hal, schietbaan en paardenstal. Pas halverwege de 19e eeuw werd
besloten dat gebouw te restaureren.
Het Stadhouderlijk Paleis van Willem V heeft
slechts kort dienst gedaan als Prinselijke Residentie. Enkele jaren na de voltooiing van
dat pand werd de Stadhouder gedwongen Den Haag te verlaten, allereerst door
Revolutionairen en vervolgens werd Nederland bezet door de Fransen [zie Geschiedenis].

Toen Nederland in 1813 bevrijd was, werd in
het voormalige paleis van Willem V vergaderd door de Tweede Kamer. De zoon van Willem V
werd tot Koning gekroond (Willem I). Hij ging wonen in Paleis Noordeinde.
In het voormalige paleis aan het Binnenhof
zijn de Ontvangstruimte en de Balzaal nog grotendeels in tact gebleven. Beneden in de hal
van het gebouw bevindt zich een monument voor de gevallen militairen in de 2e
wereldoorlog.