De Stadhouderstoren is onderdeel van
het Binnenhofcomplex..
De toren staat op de hoek van het oude Stadhouderlijke Paleis en lijkt volledig "in" de hofvijver te staan. Op de top van de toren stond oorspronkelijk een
observatorium. Vandaar kon met een telescoop naar de sterren en planeten worden gekeken. Christiaan Huygens ontdekte er de ringen van de planeet Saturnus en
de Saturnus-maan Titan. Het maakte hem wereldberoemd, behalve in Den Haag, want in de stad
is nergens een monument voor hem te bekennen! Wel staat er een borstbeeld van zijn
(eveneens beroemde) vader, Constantijn, bij de Scheveningseweg.
Naar Christiaan werd een kleine ruimterobot
genoemd die begin 2005 een landing maakte op de maan Titan. Het is te hopen dat Den Haag
Christiaan alsnog zal eren met een standbeeld. Wellicht in het naar zijn vader genoemde
Huygenspark.
Het observatorium is reeds lang geleden
afgebroken, de Stadhouderstoren is er nog.
Stadhouder Maurits (zoon en opvolger van
Stadhouder Prins Willem van Oranje) heeft de toren in 1592-1598 laten bouwen. Zijn jongere
broer Frederik Hendrik heeft er in 1632 nog een lagere toren tegenaan laten zetten.
Op de eerste etage van de toren bevond zich de
raadszaal van de Stadhouders. Daarboven lagen privé-vertrekken, waaronder de slaapkamers.
Aangezien de kosten voor de bouw van de
Mauritstoren en de renovatie van de andere vertrekken van het Stadhouderlijk kwartier
(naast en boven de Stadhouderspoort) hoog waren, werd besloten de
oude gravelijke moestuin achter het Binnenhofcomplex te
verkopen.
De verkoop vond plaats in 1631, maar in plaats
van de door Den Haag gewenste woningen kwam er op aandringen van Stadhouder Frederik
Hendrik In 1633 een plein (Toen heette het Stadhoudersplein, nu
gewoon 'Het Plein' )
De Stadhouderspoort
die zich schuin onder de toren bevindt was niet toegankelijk voor het publiek. Gedurende
de tijd dat Nederland een Republiek was (1648 tot de Franse overheersing aan het eind van
de 18e eeuw) mocht alleen de Stadhouder van deze poort gebruik maken. Er stonden ook
wachters voor. Gasten en (hof)functionarissen dienden vanaf 1634 gebruik te maken van de
aan de oostzijde gelegen grenadiers- of Mauritspoort.
In de gebouwen van het Stadhouderlijke
paleis zetelt nu onder andere de Eerste Kamer.