Toch zorgde het station voor een verandering
van de straat en de gehele wijk. Toen de aanleg van het bezuidenhout steeds meer vorderde
en er meer en meer straten werden aangelegd bleek hoezeer de spoorrails van het
Staatsspoor de wijk afsneden van de rest van Den Haag.
De Bezuidenhoutseweg werd de enige toegangsweg
naar de wijk toe en daar was deze voormalige landweg helemaal niet op berekend.
Al voor de eerste wereldoorlog raakte de
straat verstopt door het alsmaar toenemende verkeer en al snel begonnen de bewoners het
Bezuidenhout te verlaten. Ze trokken naar Duinoord, Statenkwartier en andere nieuwe wijken
tussen oud Den Haag en Scheveningen.
Er werden rond 1900 nog enkele prachtige
panden in Overgangsarchitectuur en Jugendstil neergezet (in dezelfde
fraaie stijl als in het Valkenboskwartier, dat in dezelfde periode
werd volgebouwd !). Fraai is bijvoorbeeld het Monument op het Stuyvesantplein, ter ere van
de geboorte van Prinses Juliana. Jammer alleen dat de Fontein niet meer werkt !
De projectontwikkelaren merkten echter dat ze
geen Herenhuizen meer konden verkopen in het Bezuidenhout en al snel werden de huizen
kleiner en kleiner en begon de bevolkingssamenstelling te veranderen. De typische Haagse
Portiekwoningen uit de laatste 30 jaar voor de Tweede Wereldoorlog vindt je nog steeds in
Bezuidenhout. Waar vooral de Jugendstil gedeeltes van Bezuidenhout werden verwoest in
maart 1945, overleefden de meeste Portiekwoningen het bombardement, omdat ze iets verder
van het Haagse Bos gebouwd waren.
De Bezuidenhoutseweg werd na de eeuwwisseling
een "tippelzone".
Vrouwen van plezier haalden er hun klanten op. De wijk begon meer en meer te verloederen.
Voor de Tweede Wereldoorlog kwamen er steeds
wildere plannen voor de wijk. Architecten zoals Berlage beten er hun tanden op stuk. De
plannen leken niet te realizeren. Er zou teveel afgebroken moeten worden.
Dat was onmogelijk.
Tot dat de geallieerden enkele weken voor het
eind van de Tweede Wereldoorlog een enorme fout begingen en 56 vliegtuigen hun bommen
afwierpen. Daardoor werd bijna het gehele Bezuidenhout van de kaart geveegd en kon men
vele jaren na de oorlog alle wilde plannen uitvoeren die in een lade waren verdwenen
(zoals de Utrechtsebaan)
1945 - Heden
Er zijn na de oorlog vele theoriën geweest
over het hoe & waarom van het bombardement. Er is zelfs een parlementaire enquette
geweest.
Er klopte volgens velen niet veel van, maar ik heb me er persoonlijk te weinig in verdiept
om er een oordeel over te vellen.
Veel van de mooie herenhuizen waren blijven
staan aan de Bezuidenhoutse weg. Daarachter was ruimte genoeg voor een nieuw Bezuidenhout.
Een bezuidenhout met een nieuw Centraal
Station en ministeries. Een Bezuidenhout met kantoren en hoogbouw en twee viaducten over
het spoor.
Met de aanleg van het Prins Bernard Viaduct in
de jaren '70 viel bijna de gehele oude binnenstad ten prooi aan de slopershamer. Prachtige
16e, 17e en 18e eeuwse woningen aan de Nieuwe Haven, de Amsterdamse
Veerkade en de Nieuwe Molstraat werden zonder pardon gesloopt. De allermooiste binnenstad
van Europa werd opgeofferd voor de auto. "Waanzin" regeerde in het Stadhuis aan
het Monchyplein.
De gemeente was ook van plan om ook de
resterende woningen af te breken en is daar aan het begin (Centrum zijnde) van de
Bezuidenhoutseweg ook mee begonnen. Bezorgde bewoners hebben zich verenigd in een actieve
organisatie ("Boze Emma") en voorkomen dat de restanten van de 19e eeuwse wijk
onder de slopershamer vielen.
Daarom zijn er gelukkig nog enkele 19e eeuwse straatjes over, zoals in het Emmapark
en de drie straten die daar prachtig op aansluiten, waar tegenwoordig vooral gerestaureerd
wordt, in plaats van gesloopt. Gelukkig maar.
Wat bleef is de Bezuidenhoutse weg. Die wordt, als het aan
de Gemeente ligt, de komende jaren weer een stuk groener.
Er komen meer bomen. Tijdens een wijkvergadering in het
Poffertjeshuis op het Malieveld (2001) liet een oudere bewoonster weten dat ze daar niet
blij mee was, omdat ze door al die hoge bomen het bos niet meer zou kunnen zien. Geen
mens, zij zelf ook niet, zag daar de humor van in, maar ik moest zelf wel even erg hard
lachen.
In 2008 wordt de Laan van Nieuw Oost Indië heringericht.
Er komen inderdaad meer bomen en de straat heeft een stuk van de oude glorie terug
gewonnen.
Helaas blijft de lelijke kerk staan. Die had toch wel
vervangen mogen worden door iets mooiers. Dat geldt ook voor enkele kantoorgebouwen die
nog uit de "wederopbouw periode" stammen. Slopen en mooie bakstenen gebouwen
voor in de plaats zetten [Svp !]
Ik woon dan ook niet in Bezuidenhout en heb de
veranderingen niet zo meegemaakt. Ik kom er niet vandaan en heb de soms bedreigende
vernieuwingsdrang van de gemeente nooit zo gevoeld.
Sterker nog, ik ben er in mijn hele leven slechts een paar
keer geweest.
In 1995 toen mijn beste vriendin Linda er een tijdje
woonde. Daarna kwam ik er eigenlijk alleen nog maar om (er) foto's te nemen voor deze
site.
In mei 2008 zocht ik er naar de Schiestraat, omdat een
rondleiding daar zou beginnen. De vader van een van de wandelaars had een bakkerij gehad
(voor de oorlog) in de Schiestraat en wilde het pand nog eens zien. Tijdens de
voorbereidingen van de wandeling kwam ik er achter dat de Schiestraat in zijn totaliteit
is weggevaagd (ver na de oorlog), om plaats te maken voor vreselijk lelijke nieuwbouw.
Helaas !
De eerste keer dat ik Bezuidenhout bezocht was in echter in
1980, toen ik met het schrijven van een toneelstuk (fantasie) in de brugklas [Groen van
Prinsterercollege) een prijs gewonnen had en met één klasgenootje naar een toneelstuk
mocht. Dat toneelstuk werd opgevoerd in een gebouw naast tramstation Ternoot.
Bezuidenhout vond ik toen al vreemd. Zo dicht bij de binnenstad en toch net zo rustig als
de buitenwijk waar ik woonde (Oud Waldeck). Bezuidenhout was (en is) ondanks alle
viaducten nog steeds een afgezonderd stuk van de stad.
Het gebouw waar ik moest zijn was "Koninklijk"
van naam, maar verder geheel van Beton. Zo jong als ik was, ik weigerde in dat lelijke
gebouw naar binnen te gaan. Als 13 jarige vond ik dat soort architectuur al vreselijk.
Het toneelstuk heb ik nooit gezien. Ik bekeek het gebouw en
ik keek eens om mee heen. Het was donker en het was koud. We liepen terug naar Ternoot en
verkochten ons kaartje aan een oud echtpaar.
Één tramhalte van het stille Bezuidenhout lag de
binnenstad. Van het geld dat we met de kaartverkoop verdiend hadden kochten we een kaartje
voor de film in Odeon (Herengracht).