Op de Mauritskade, aan de Noord Singelsgracht, was de
Kazerne met een achteruitgang in de Kazernestraat. Iedere ochtend rukten de manschappen
uit en dikwijls met de Koninklijke Militaire Kapel, onder leiding van Lt. Boer, voorop. Je
hoorde ze dan al in de verte aankomen en we holden dan naar het raam om de stoet te zien.
Op het Malieveld werd dan geëxerceerd.
Als de Koningin jarig was, was er een parade. Wat een
prachtig gezicht was dat. Op zekere dag (6 maart 1919) liep de hele dag liep de hele buurt
te hoop, er was brand bij de Kazerne !
Iedereen ging kijken, maar je mocht er niet bij komen. Wij
zijn toen de Prinses Mariestraat uitgelopen naar de Schelpkade, en stonden bij een hek aan
de Noord Singelsgracht te kijken.
Het was één grote vlammenzee, die ik nooit vergeten ben.
Later is het restant van de kazerne afgebroken. Daar is nu het Louis Couperusplein. Geen
soldaten en geen muziek meer door de Maliestraat.
Acht jaar voor mijn geboorte, in 1890, overleed Koning
Willem III overleed zijn vrouw, Koningin Emma nam het regentschap over tot Wilhelmina 18
jaar werd (1898). Zij werd 6 september 1898 gekroond in de Nieuwe Kerk te Amsterdam en
ging aan het Noordeinde wonen.
Koningin Emma woonde op Paleis Lange Voorhout, waar ik haar
dikwijls heb zien uitrijden. Ze had altijd een wit kanten sluier over het hoofd en ze had
een heel lief gezicht.
Al stond ik er alleen, als ik mijn referente maakte, dan
wuifde ze altijd lachend terug.
In 1901 trouwde Koningin Wilhelmina met Prins Hendrik von
Mecklenburg-Schwerin.
Er liep altijd een hondje achter hem aan als hij 's morgens
van Paleis Noordeinde naar zijn kantoor (het Rode Kruis) aan de Prinsessegracht liep. Ik werkte in die tijd bij een bank aan het Noordeinde, dus kwam ik hem iedere morgen tegen. Omdat ik altijd
te laat van huis vertrok holde ik meestal de Maliestraat uit en op een dag, het is echt
gebeurd, vloog ik met een vaart Prins Hendrik tegen het lijf. Ik ben nog nooit zo
geschrokken. Gelukkig nam hij het me niet kwalijk. Hij lachte zelfs om het voorval. Het
was heus een goede man.
De Maliebrug was altijd een hele
klus voor de paarden, vooral als ze een zware last hadden op de wagen. Dus begonnen de
koetsiers altijd a aan het begin van de Maliestraat vaart te maken. Die arme paarden
kregen dan met de zweep om over de brug te komen. Ik hoor nog het hu-hu geroep.
De handwagens met koopwaar waren ook met moeite over de
brug te krijgen. Stelt u zich voor, een handwagen, met een berg sinaasappelen er op en de
koopman er voor, of er achter schreeuwend "Mooie waar. Eerste kwaliteit, vol sap !
Drie voor een duppie ! "
Je kocht in die tijd alles aan de deur. De slager kwam
bijvoorbeeld elke dag 'horen' en bracht later het bestelde langs.
Bakker, melkboer, groenteman. Iedereen kwam langs. Zelfs de
schoenlapper kwam regelmatig langs. Ik herinner me dat ik eens de Maliebrug opliep en daar
stond een man met een wagen. De man kon niet over het hoogste punt heen komen. Ik rende er
heen en met mijn geringe hulp haalde hij het wel. Dat was toen heel gewoon. Iedereen hielp
iedereen. Wel waren mijn lichte handschoentjes vuil, maar daar wist Saar, de meid, wel
raad mee.
Het Smidswater vond ik altijd heel mooi. Toen ik klein was
stond ik vaak te kijken als de staldeuren van het Koetshuis, horende bij Paleis Lange Voorhout open stonden. Die mooie Lakeien en de
paarden.
Aan de overkant, op de Nieuwe Uitleg (16) woonde Mata Hari.
Later heeft Fie Carelsen, de Toneel-Diva, er nog lange tijd gewoond. Zij liep bijna
dagelijks door de Maliestraat en zag er steeds heel chic uit.
In de winter schaatste de hele buurt op het Smidswater en ook het Koek- en slemptentje ontbrak dan niet.
Op de hoek van de Denneweg en de
Kazernestraat was een kleine bakkerswinkel, waar het altijd druk was. Ik moest daar vaak
brood halen en kreeg dan een mandje mee. De bakker legde dan een paar koekjes naast het
bood. Beneden was een pothuis, waar een schoenmaker in zat. Als ik aan de overkant bij
Seun ten Hoorn boter moest halen (half pond boter voor 37,5 cent), dan kreeg ik ook altijd
boter brokken er bij. Ik herinner me Seun ten Hoorn nog goed. Een baas met een lange
baard. Hij had een klein, rond vrouwtje. Ze hadden samen 18 kinderen en wanneer er bij ons
thuis een nieuw broertje of zusje bij kwam, moesten wij bij de familie Ten Hoorn logeren.
Het eten daar smaakte natuurlijk altijd veel lekkerder dan thuis. Iedereen hielp iedereen
in die tijd.
Het maakte het leven gezellig en inhoudsvol. Het eerste
huis in de Vos in Tuinstraat (Vos in 't Tuintje) was een grote Manufacturenzaak van De
Rop.
Deel 1
Deel 3