In 1984 heeft zij (86 jaar oud) de onderstaande tekst, die
ik graag met u deel, laten optekenen. Je zou haast wensen dat meer oude Hagenaars en
Hagenezen dat deden, zodat een compleet / completer beeld ontstaat van Den Haag gedurende
de eerste decennia van de 20e eeuw.
In 1984 werd het volgende
opgeschreven....
Er is mij gevraagd naar herinneringen betreffende
"Buurtschap 2005", waar ik van 1898 tot 1927 heb gewoond en wel in de
Maliestraat.
Als kind woonde ik op nr. 18, een huis, dat nu op de
Monumentenlijst staat.
Het moet oorspronkelijk gebouwd zijn in de 17e eeuw (de
gevel is 18e eeuws [Lodewijk 14]) en stond oorspronkelijk
"alleen" aan de rand van het Haagse Bos. Het huis had in het souterrain een
keuken, waar ik mij nog goed herinner, hoe Saar (de meid voor dag en nacht) daar de
scepter zwaaide en de zwengel van de waterpomp deed glimmen, als was de zwengel van goud
ipv koper.
Achter de keuken lag, iets hoger, de kleine tuin.
Mijn ondernemende ouders hadden de mooiste kamer verhuurd
aan een jongeman, die aan de Engelse Legatie werkte en niemand minder was dan Winston
Churchill. Ik kan mij hem nog goed herinneren.
Een scene die mij altijd is bijgebleven is dat mijn moeder
thuis kwam met mijn kleine broertje. Churchill stak zijn hand uit ter begroeting, maar
Jo'tje in zijn zwart fluwelen pak, met het kanten kraagje, stak beide handen op zijn rug
en moest eerst een reprimande krijgen van moeder alvorens hij zijn handje in die van
Churchill legde.
Mijn vader had in de stad een kleine limonade fabriek, die
zo goed ging dat hij naar een grotere ruimte zocht. Naast ons huis stonden twee oude
huizen, bewoond door een Bakker en een Smid. Deze twee huizen kwamen vrij en vader kocht
ze op en liet ze afbreken, zodat hij het mooie pand Maliestraat 14/16 (met Art Nouveau kenmerken) kon laten bouwen.
Ik herinner mij dat ik met mijn vader en de architect Bosboom de stellage op klom, wat ik geweldig vond. Beneden kwam
een groot bedrijfspand, waar vader zich installeerde. Het gezin verhuisde later naar het
nieuwe pand (nr 14), en de oude keuken van Maliestraat 18 werd vervolgens de wijnkelder.
Daar hebben heel wat fijne wijntjes gelegen.
Vader liet de wijn in tonnen komen en bottelde ze zelf. Ook
was hij de man, die door "Paleis Noordeinde" werd
opgeroepen als daar iets te bottelen viel.
De handel in mineraalwater liep ook goed.
Het water kwam uit Frankrijk. Auto's bestonden nog niet,
dus als vervoermiddel hadden we verschillende wagens (getrokken door paarden). De Sleper,
de Bierwagen en de Tentwagen. Aan de overkant liet vader in 1902 nog een huis bouwen
[Maliestraat 11] door architect Bosboom met een stal, waar
een merrie werd gestald. De koetsier woonde er boven. De dubbele staldeuren hebben glazen
panelen en smeedijzeren versieringen in Art Nouveau. Boven de ramen zijn versieringen
aangebracht. De gevel is verlevendigd door het gebruik van Lisenen en stroken geglazuurde
steen.
De hotels in Scheveningen waren klant van mijn vader
en zo gingen er elke ochtend twee afgeladen wagens naar het Kurhaus en de andere hotels
met bruisend mineraal water. Dat was lang zo, totdat de vraag zo groot werd dat in
Scheveningen zelf bottel installaties in de hotels kwamen en men ons bedankte voor de
jarenlange diensten. Het was een slag voor vader, maar omdat hij heel veel andere klanten
had, en het werk net aan kon was hij ook wel tevreden.
Vervolg...